Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
530 Dierlijke stoffen.
welken vorm deze opneming gescliiedt, znllen wij het eenvoudigst
uit de zamenstelling van het ei en de melk kunnen opmaken.
I. HET EI.
In het ei onderscheiden wij, zoo als bekend is, het eiwit, het
eidoor en de schaal.
622. Eiwit. Het wit van het hoenderei bestaat uit eellen,
waarin eene kleurlooze, alkalische vloeistof, het eiwit, is bevat.
Dit eiwit is, gelijk wij weten, de type der proteïnestoffen, die
men daarom ook veel met den naam van eiwitachtige ligchamen
bestempelt. Wanneer het verbrand wordt, laat het eene asch, die
uit keukenzout, koolzure, phosphorzure en zwavelzure soda bestaat.
Dat eiwit, sterk geslagen of geklopt, een ligt en los schuim geeft,
dat het door verhitting onoplosbaar wordt en stolt enz., zijn
bekende zaken. De laatstgenoemde eigenschap maakt het geschikt
om troebele vloeistoffen, b.v. suikersappen, te klaren.
Proef. Men roere honig met warm water aan, vermenge de
verkregene troebele oplossing lïiet een weinig eiwit en brenge ze
aan het koken. Het eiwit neemt hierbij de in de vloeistof drij-
vende vreemde stoffen van den honig met zich in de hoogte en
omsluit ze, terwijl het stremt; de vloeistof wordt daardoor klaar
en doorzigtig en laat zich door een zijden lapje filtreren. De be-
standdeelen van het dierlijk eiwit zijn volkomen dezelfde als die
van het plantaardige (477).
623. Het eidoor bestaat uit eiwit, waarin gele vetdroppels
drijven. Wegens zijn eiwitgehalte stremt het in de hitte en in
dezen toestand kan het vet (eijerolie) er door sterke persing of
door sterk schudden met aether uitgetrokken worden. De eijerolie
bevat phosphor.
624. Eijerschaal. Proef. Men overgiete eijerschalen met ver-
dund zoutzuur; zij zullen zich, met achterlating van een dun
vliesje daarin oplossen. Bij de oplossing ontwikkelt zich koolzuur
en de vloeistof houdt kalk opgelost, zoo als de reactie met zwa-
velzuur toont, hetwelk er gips uit nederslaat. De schalen hebben
derhalve dezelfde zamenstelling als krijt, zij bestaan namelijk uit
koolzure kalk.
Van alle eijeren zijn de kippeneijeren het meest naauwkeurig
onderzocht. Een zoodanig ei van middelbare grootte weegt onge-
veer 40 wigtjes en heeft ten naasten bij de volgende zamenstelling.