Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
5-2i Plautenslofen.
ook cene plant sneller en krachtiger, wauneer zij langs meer dan
eenen weg, niet door de bladeren alleen, maar ook te gelijk door
de wortels voedsel kan opnemen. Alle plantaardige en dierlijke
stoffen vervallen bij de verrotting in koolzuur , ammonia en water
en het kan derhalve niet anders dan den plantengroei bevorderen,
wanneer men in de aarde zoodanige stoffen brengt.. Hier vinden
wij dus eene eerste reden, waarom de gebruikelijke dierlijke en
plantaardige bemesting-middelen, mist, urine, hoorn, spaanders,
beenderenmccl, guano, stroo, bladeren en de zich daaruit vor-
mende zoogenaamde humusachtige ligehamen zulk eenen weldadi-
gen invloed op de vegetatie uitoefenen.
617. Het opnemen dezer algemeene voedingsmiddelen is echter
zoo als wij reeds gezien hebben, niet alleen voldoende om het
plantenleven te onderhouden; ook anorganische zouten moeten aan
de plant aangeboden worden. Ontbreken deze in de aarde, zoo
kan het daarin geworpen zaad wel kiemen en eenen tijd lang
voortgroeijen , daar het zelf eene zekere hoeveelheid anorganische
zouten bevat, maar de groei is belemmerd, zoodra deze stoffen
ter vorming van do jonge plai* verbruikt zijn. De natuur zorgt
nu wel, dat door aanhoudende verweering zich in de aarde op-
losbare anorganische verbindingen vormen, maar deze zijn klaar-
blijkelijk niet voldoende, om jaar in jaar uit een' rijken oogst van
een stuk land te trekken en het is dus volstrekt noodzakelijk, om
den akker er mede te voorzien, wanneer zijne vruchtbaarheid niet
vermiuderen zal. Dit geschiedt of direct door minerale stoffen, die
kalk , potasch, soda, phosphorzuur enz. bevatten, over het land
tc strooijen, b. v. kalk, gips, mergel, gebakken leem, houtasch,
beenderenasch, keukenzout, mestzout enz., of indirect door mid-
del van de in de meeste bemestingsmiddelen bevatte zouten. De
in het voedsel der dieren voorhandene zouten worden gedeeltelijk
of in de urine opgelost of met de vaste excrementen vermengd,
weder uit het ligehaam verwijderd , en dit geeft gereedelijk ver-
klaring van het verschijnsel, dat de mist van een met haver ge-
voerd dier de beste mest voor haver, die van een met erwten,
klaver of aardappelen gevoerd dier de krachtigste mest voor erw-
ten, klaver of aardappelen geeft. In deze zoutachtige of anorga-
nische stoßen ligt een tweede nut, dat de dierlijke en plantaar-
dige bcmcstingsmiddclen aanbrengen.
Daar verschillende planten versehillende hoeveelheden vau ver-
schillende anorganische stoffen voor hare voeding bchocvcu, vele