Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vuedimj en toasdom der plaulen. 523
die deze anorganische stoifen iu de plant ondergaan, is reeds iu
het voorgaande gehandeld.
Wij moeten hier nog uitdrukkelijlf vermelden, dat eene plant
slechts dan krachtig opgroeijen en zich tot volkomene rijpheid out-
vikkelen kan, wanneer haar de in a, b , e en d vermelde stoffen
alle vier te zamen aangeboden worden. Even als het menschelijke
leven o])houdt, wanneer slechts ééne der tot zijn voortbestaan noo-
dige stoffen ontbreekt, b. v. lucht (zuurstof) of water; even als
een uurwerk s'il staat, wanneer er slechts een enkel rad aan ont-
breekt, zoo wordt ook de volkomene outwikkeling eener plant
verhinderd, wanneer haar cene van hare noodzakelijke voedings-
stoffen ontbreekt.
GEKWEEKTE PLANTEN.
615. AVanneer wij een dier rijkelijk en krachtig voedsel geven,
zoo wordt het krachtig en vet; bij weinig en schraal voedsel blijft
het ligt en mager. Even zoo verhouden zich de planten. Vindcu
zij iu den bodem, waarop zij gr»eijen, cn iu de lucht, die haar
omringt, al de stoffen, die zij tot haren groei noodig hebben in
rijkelijke hoeveelheid, dan zullen zij krachtiger opgroeijen , meer
takken, bladeren, bloemen en vruchten schieten, dan wanneer
zij hare voedingsstoffen, of zelfs ééne daarvan niet iu voldoende
hoeveelheid aantreffen. Het middel, om vau onze akkers en vel-
den den grootsten opbrengst te verkrijgen, bestaat derhalve daarin,
dat men aan de planten , die er op zullen groeijen, al hare voe-
dingsstoffen in toereikende hoeveelheid aanbiedt. AVij bereiken
dit doel door bemesting.
616. De natuur heeft gezorgd, dat de drie algemeeue voedings-
stoffen der planten, water, koolzuur en ammonia altijd in zekere
hoeveelheden voorhanden zijn. Regen en daauw en verrotting
houden hier het evenwigt en ook de mensch draagt, zonder dat
hij het weet, het zijne daartoe bij, door ademen en verbranden.
A/'au deze stoffen bevat de lucht eenen onuitputtelijken voorraad,
daar de processen, waardoor zij voortgebragt worden, nooit op-
houden of afgebroken worden. De lucht alleen zou derhalve vol-
doende zijn voor de voeding der planten, wanneer deze slechts
in den aardbodem de noodige anorganische zouten in opgelosten
staat aantroffen. Maar gelijk een gebouw spoediger voltooid wordt,
wanneer er van alle zijden te gelijk aan gewerkt wordt, zoo groeit