Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
522 IHaulcnüojfen.
Koolzuur, water eu ammonia bevatten alzoo dc elementen van
de wezenlijke bestanddeelen der planten (koolstof, zuurstof, water-
stof, stikstof). Door verrotting worden dierlijke en plantaardige
stoffen iu koolzuur, wateren ammonia ontleed. Wat derhalve iu
het gewone begrip vernietiging heet, is slechts verandering van
vorm ; slechts de vorm der ligchamen gaat verloren , de elementen,
waaruit zij bestaan , zijn onveranderlijk. De walgelijke rottende
stoffen zijn de bouwstoffen , waaruit de natuur de frissche, voor
onze zintuigen zoo aangename voorwerpen der plantenwereld te
voorschijn doet komen.
ri- 219.
doode dieren cu planten levende planten.
d. De aarde verschaft, door middel van het indringende wa-
ter , de noodige anorganische stoffen. Onze bouwbare aarde is in
eenen voortdurenden staat van omzetting; de organische stoffen
die zij bevat, verrotten, de anorganische verweeren. Zoo ontstaan
uit onoplosbare steensoorten, oplosbare zouten, die nu door dc
wortels der planten kunnen opgenomen worden. De venveering,
heeft echter ook onder de oppervlakte onzer aardkorst plaats eu
wel overal, waar lucht en water tot de steenmassa*3 kunnen door-
dringen. De hierbij oplosbaar wordeude stoffen worden door het
regenwater opgenomen en vormen zoo de zouten vau ons gewone
wel- en rivierwater; ook langs dezen weg kunnen dc planten op
vele plaatsen anorganische zouten opnemen. Ook in de lucht zijn
enkele anorganische verbindingen in den toestand van zeer fijn
stof aanwezig; zoo is het ontwijfelbaar bewezen, dat het regen-
water steeds een spoor van keukenzout bevat, hetwelk er op geene
andere wijze in kan zijn gekomen, dan uit het zeewater. Kegen ,
daauw, sneeuw enz. voeren deze stoffen naar de aarde terug cn
het kan ons derhalve niet verwonderen, wanneer wij in planten
somtijds zouten vinden, die in den bodem, waarop zij gegroeid
waren, volstrekt niet voorhanden zijn. Over die veranderiugcu ,