Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Voeding en irasdom der planten. 51'J
dc schcikuudigc onderzoekingen van latere jaren eerst eenig licLt
verspreid.
014. Voedingsmiddelen der planten. De planten nemen haar
voedsel deels door de wortels, deels door de bladeren op, en
hiei-uit volgt, dat het vloeibaar of gasvormig zijn moet, want
slechts in deze toestanden kan het in do kleine poriën der blade-
ren cn wortels indringen. De planten ontvangen hare waterstof
en zuurstof van het water, hare koolstof van het koolzuur, hare
stik.stof hoofdzakelijk van de ammonia, hare anorganische bestand-
deelen uit do aarde. AVater, koolzuur, ammonia en een gering
iiautal anorganische zouten zijn derhalve als de voedingsmiddcleu
der plant te beschouwen.
a. liet water geeft aan de planten zuurstof eu waterstof. Zij
zuigeu het als vloeistof door hare wortels uit de aarde en als damp
door dc bladeren in. Daarenboven is het water ook daarom voor
het plantenleven onoutbeerlijk, omdat het door zijne vloeibaarheid
de vorming der vaste plantendeelen mogelijk maakt; want het door
water vloeibaar gemaakte sap is het middel, waardoor die vaste
deelen tot stand komen.
b. Het koolzuur geeft aan de planten koolstof. Het wordt
voornamelijk door de bladeren uit de lucht opgenomen, en deze
verkrijgt er onophoudelijk door verbranding, verrotting, respiratie
enz. nieuwen toevoer van. Daarenboven vinden de wortels iu elkeu
bodem, die humus bevat, koolzuur, want humus bestaat uit de
rottende, d. i. in koolzuur en water veranderende organische stof-
fen. Üp deze laatste wijze voeden zich vooral de jonge planten,
wanneer hare bladeren nog niet genoeg ontwikkeld zijn, om dc
noodige hoeveelheid koolzuur uit de lucht op te nemen. "VVelke
verandering dit koolzuur in de levende plant ondergaat, zullen
de volgende proeven leeren.
Tig. 218. Proef. Men vuile eenen glazen trechter
met versche bladeren van de ccne of andere
plant, en stelle hem ten onderste boven in
een glas met water, zoo dat ook de geheele
pijp onder water is. Men sluit nu de boven-
ste opening met cene prop, zuigt met eene
glazen buis een gedeelte vau het water uit
het glas cn stelt den geheelen toestel aan
het zonnelicht bloot, llecds spoedig zullen
er zich Inchtbclletjcs aan de oppervlakte der bladeren ontwikkc-