Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Anorganische bestanddeelen der planten. 515
men de niet vlugtigc en onverbrandbare stoffen, die bij de ver-
l)randing van oi^aniscbe ligchamen achterblijven. Hoe verschil-
lend deze in hoeveelheid en aard kunnen zijn, leert reeds eene
oppervlakkige beschouwing der drie meest bekende aschsoorten,
hout-, turf- en steenkolenasch. 100 Pond hout geven 4 — hoogs-
:)tcns 3 pond asch, 100 pond steenkolen of turf dikwijls 20—30
pond; de houtasch bevat vele in water oplosbare stoffen, de turf-
en steenkolenasch weinige; de eerste geeft met water eene sterk
alkalische vloeistof, de laatste niet; de eerste werkt op onze
akkers cn weilanden altoos als eene krachtige mest , de laatsten
in veel mindere mate. Eene even zoo groote verscheidenheid be-
merkt men, wanneer men de asch van andere planten of planten-
deelen met elkander vergelijkt, zoo als de volgende reeks toont.
waarvan water
oplost ongeveer:
100 pond eikenhout geven 2—i pond asch |
n eikenschors 5—6 , «
n eikenbladeren (in het voorjaar) 5 » » ^
« n (in den herfst) r u J.
« drooge aardappelen 8—'J na J
u aardappelenloof 15 // «■ TÏ'ir
M garstekorrels 2—3 u r |
» garststroo 4—G « t
De hoeveelheid zoowel als de aard der anorganische stoffen in
de planten verschilt aanmerkelijk en niet alleen in verschillende
planten, maar ook in de verschillende deelen eener zelfde plant,
ja zelfs in de verschillende levenstijdperken eener plant kan men
te dezen opzigte onderscheid bemerken. De grootste hoeveelheid
vinden wij altijd in jonge, in vollen wasdom zijnde deelen, b.v.
in de bladeren en jonge takken.
609. Vragen wij naar de zamenstclling der plantenasch, zoo
geeft de analyse het volgende antwoord: zij bestaat voornamelijk
uit potasch, soda, kalk, magnesia en ijzeroxyde, verbonden met
koolzuur, zwavelzuur, kiezelzuur, phosphorzuur en zoutzuur
(chloor). Van deze verbindingen zijn :
a. in water oplosbaar: de alkalische zouten (potasch- en soda-
zouten).
b. in verdund zoutzuur oplosbaar : de zouten der aarden (kalk-
en magnesiazouten) en ijzeroxyde.
c. in water en zuur onnplos-baar: het kiezelzuur.
33*