Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
610 Plantenstoffen.
Nicotine, in de tabaksbladeren, kleurloos, olieachtig, vau eenen
sterken tabaksreuk; zeer giftig (4. droppel doodt een konijn).
Ook kunstmatig laten zich plantenbases voortbrengen, b. v.
Aniline uit indigo of uit steenkolenteer,
Sinamine uit mosterdolie enz.
OVEEZIGI VAN DE EXTKAOTIEr- EN KLEÜRSTOFEEN EN VAN DE
PLANTENBASES.
1. Behalve de algemeen verspreide plantenstoffen komen in
bijna elke plant nog eigenaardige stoffen voor, aan welke zij in
vele gevallen hare werking, haren smaak en hare kleur verschul-
digd zijn.
2. Met velerlei andere stoffen vermengd vindt men deze eigen-
aardige stoffen in de verdikte plantensappen of uittreksels, in de
zoogenaamde extracten.
2. Vele derzelve zijn stikstofvrij, andere stikstof houdend, som-
mige bevatten daarenboven nog zwavel.
4. Extractiefstoffen noemt meB zulke verbindingen, die indiffe-
rent zijn en geene bijzonder in het oog loopende kleur bezitten;
zij heeten ook bitterstoffen, omdat zij meestal bitter van smaak zijn.
5. Kleurstoffen zijn extractiefstoffen, die op zich zelve reeds
gekleurd zijn , of door inwerking van andere ligehamen in gekleurde
verbindingen overgaan; zij worden door chloor spoedig, door lucht
en licht langzamer in ongekleurde verbindingen ontleed (gebleekt).
6. De kleurstoffen toonen eene groote affiniteit tot eenige bases,
voornamelijk tot aluinaarde en de oxyden van ijzer en tin, en
vormen daarmede onoplosbare, gekleurde verbindingen (lakverwen);
in de drukkerijen eu verwerijen verwekt men deze onoplosbare
nederslagen in de vezels zelve van de te kleuren stoffen.
7. De plantenbases kunnen zich , even als de potasch en soda,
met zuren tot zouten verbinden; vele vertoonen ook eene alkalische
reactie; de meesten zijn moeijelijk oplosbaar in water, gemakkelijk
in wijngeest.
8. De plantenbases komen hoofdzakelijk in die planten voor,
welke door vergiftige of geneeskundige eigenschappen uitmunten.
Vele behooren tot de hevigste vergiften.
9. AUe plantenbases bevatten stikstof.