Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Organische of plantenhases. 509
plantenbasis komt iu den graauwen kinabast voor; zij kristalliseert
in witte zuilen en voert den naam cinolionine.
Caffeïne of theïne, uit ongebrande koffijboonen en de tliee; kris-
talliseert in witte, zaebte, glinsterende naaldjes.
Colehieine, uit de plantensoort eoleliicum, kristalliseerbaar in
witte naalden; verwekt hevige braking, wanneer zij in de maag
gebragt wordt.
Daturine, uit den wilden doornappel; kleurlooze, giftige kristal-
naalden.
Emetine, uit den braakwortel (ipeeaeuanha), komt zuiver als
een wit poeder, onvolkomen gereinigd als een bruin extract voor
en werkt zeer hevig braakverwekkend.
Hyosciamime, uit het bilseukruid , stervormig vereenigde kris-
talnaaldjes ; narcotisch (bedwelmend) giftig.
Opiumalkaloïden. In het opium, het ingedroogde melksap der
papavers, werd voor ongeveer 40 jaren de eerste plantenbasis
gevonden en morphine genoemd; zij is in hetzelve met meconzuur
verbonden en kristalliseert in kleurlooze zuilen, is narcotisch giftig,
in kleine hoeveelheden wordt zijr veel als geneesmiddel gebruikt.
Het meest wordt de azijnzure morphine in de geneeskunde gebe,
zigd. Latere onderzoekingen hebben in het opium nog meer bases
aangetoond: pseudomorphine, nareotine, narceïne, codeïne, the-
baïne enz.
Piperine, in de witte en zwarte pepei-korrels; witte kristal-
naalden.
Solanine 7 in verschillende solanumsoorten , vooral in de witte
uitspruitsels der aardappelen; een wit poeder of kleurlooze kris-
talnaalden ; narcotisch giftig.
Strychnine, in de kraanoogen (de vruchten van de strychnos-
struik) en in het vergif, waarin de Indianen hunne pijlen doopen
(upas), kristalliseert in zuilen of in octaëders, is zeer giftig.
Gewoonlijk komt zij met eene andere basis, brucine, vermengd
voor.
Veratrine in den witten nieswortel en het sabadilzaad; een wit,
glanzend poeder, hoogst giftig; verwekt hevig niezen, wanneer
het in den neus wordt gebragt grein doodt eene kat).
Vlugtig en vloeibaar zijn:
Coniïne, in den scheerling, voornamelijk in de zaden ; eene
kleurlooze, olieachtige vloeistof, van eenen doordringenden, ver-
stikkenden reuk; hoogst giftig.