Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
506
Flanienstoffen.
: "1
i i I
t '

tinzout (b), eeue derde van ijzervitriool (e), eene vierde vau
koolzure potaseh (d), eene vijfde van wijnsteenzuur (e) en doope
in elke derzelve een blad wit vloeipapier. Wanneer deze droog
zijn, dan knipt men elk blad in drieën, bestrijkt een stuk met
een aftreksel van geelbessen, het tweede met een aftreksel van
roodhout en het derde met een aftreksel van blaauwhout en
droogt ze wederom. Men zal dan bevinden, dat dezelfde kleur-
stof op elk der vijf papieren eene andere kleur of kleurschakering
voortbrengt. Men verkrijgt eene onaanzienlijke kleur, wanneer
een stuk vloeipapier, dat niet met eene zoutoplossing was door-
trokken, met kleuroplossing wordt bestreken (f). Legt men al
de gekleurde en gedroogde papieren in warm water, zoo merkt
men op, dat de stukken, met d, e en f doortrokken, hunne
kleur spoedig weder afgeven, die van a, b en c echter niet.
Zouten, die met kleurstoffen onoplosbare, of ten minste aan de
vezels der te kleuren stoffen vasthechtende verbindingen aangaan,
worden bijtmiddelen (mordants) genoemd en in de verwerijen en
drukkerijen algemeen aangewend, om de pigmenten op de ver-
schillende stoffen, zijde, wol, boomwol, linnen enz. vast te doen
hechten. Hetgeen de kleuring bewerkt, is eigenlijk eene onop-
losbare lakverw, d. i. eene verbinding der kleurstof met aluin-
aarde, ijzer- of tinoxyde, die echter, wanneer zij vasthechten
zal, eerst in de vezels zelve moet gevormd worden. Vormt zij
zich op dezelve, zoo bedekt zij slechts de oppervlakte der vezel-
stof en de kleur gaat langzamerhand door wrijven, kloppen en
wassehen weder verloren.
Op gelijke wijze gaat men in de katoendrukkerijen te werk,
met dit onderscheid, dat men de bijtmiddelen slechts op sommige
plaatsen aanbrengt, of wanneer men het geheele stuk er mede
doortrekt, ze op sommige plaatsen weder wegneemt (197). Komt
een zoo behandeld stuk dan in kleuroplossing, zoo slaat zieh de
kleurstof sleehts op de met bijtmiddelen behandelde plaatsen ne-
der en men verkrijgt alzoo in plaats van een overal gelijk gekleurd
stuk, figuren en teekeningen van willekeurige gedaante.
- t