Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ji-.il IU---L
Kleurstoffen of pigmenten. 505
Blaauwhout of campècheliout, het roodbruine hout van eenen
Amerikaaaschen boom , behoort tot de meest bekende verwstoffen.
(Hoematoxyline, in gele kristallen, die aan de lucht, door de
daarin altijd aanwezige ammonia spoedig violet en blaauw worden.)
Verschillende in Frankrijk en Engeland aan rotsen groeijende
mossoorten bevatten eigenaardige stoffen (orcine, erythriue enz.)
die, schoon op zich zelve kleurloos, toeh fraai rood worden,
wanneer zij met ammonia in aanraking komen. Gewoonlijk laat
men de fijn gemaakte mossen met urine verrotten en verkrijgt
zoa doende eene roode of violette brij (orseille, persio). Toe-
voeging vau potaseh of kalk doet dit rood in blaauw overgaan
(lakmoes). Beide kleurstoffen vertoonen hare eigenschappen dui-
delijk in het roode en blaauwe reageerpapier.
5'J5. Proeven met kleurstoffen.
Proef. a. Men overgiete een weinig sandelhout op een filtrum
met wijngeest; de doorloopende vloeistof heeft eene roode kleur
en kleurt, wanneer men er een stukje hout in doopt, dit bloed-
rood. De schrijnwerkers bezigen zulk eene oplossing veel tot het
kleuren van meubelen. Eene rozproode kleur wordt aan den wijn-
geest gegeven, wanneer men er een weinig schors vau alkauna-
wortelen in werpt. Watei trekt uit geene van deze beide verw-
stoffen een rood pigment. Dergelijke slecht in wijngeest oplosbare
kleurstoffen worden harsachtige genoemd.
Proef, b. Men koke 1) geelbessen, 2) roodhout en 3) blaauw-
217. hout, elk voor zich met 12 maal zoo veel
water eenigen tijd; de afgegoten vloeistof
zal voor 1 eene gele, voor 2 eene rood-
achtig gele en voor 3 eene bruinroorle kleur
hebben ; bewijs genoeg , dat de in deze stof-
fen bevatte kleurstof in water oplosbaar is.
De verwers noemen deze aftrekscis verw-
pappen.
Proef. c. De verkregen kleuroplossingen worden elk in tweeën
gedeeld. In de eene helft lost men | lood aluin op en vermengt
ze dan zoo lang met eene oplossing van koolzure potaseh, als er
nog een nederslag ontstaat. Uit 260 is bekend, dat hierbij aluin-
aarde nedervallen moet; dit gebeurt ook, maar de aluinaarde ver-
bindt zich terstond met de kleurstof en de nederslagen zijn dus
gekleurd. Men noemt deze nederslagen lakverwen.
Proef. d. Men bereide eene oplossing van aluin (a), eene van