Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
I'f'
504
Plantenstoffen.
t i!
IlJ,
j> I
'1 ;
1-
ri"
m
• 'i
voert. Wat wij indigotinetuur noemen, is derhalve hoofdzakelijk
een mengsel van water, indigozwavelzuur en vrij zwavelzuur.
Het indigozwavelzuur verbindt zieh, even als een gewoon zuur
met basses tot zouten. Het meest bekende dezer zouten is de
indigozwavelzure potaseh (blaauwe karmijn) , welke men als een
donkerblaauw nederslag verkrijgt, wanneer dit zuur met potaseh
wordt geneutraliseerd. Het blaauwe karmijn is in zuiver water
wel oplosbaar, maar niet in water, dat zouten bevat.
Desoxydatie van den indigo. Op eene geheel andere wijze ge-
raakt men er toe den indigo oplosbaar te maken, wanneer men
hem met ligchamen te zamen brengt, die groote begeerte hebben,
om zuurstof op te nemen, b. v. ijzer- of tiuoxydule.
Proef. Men wrijve | drachme fijngestooten indigo met 1 drach-
me ijzervitriool en drachme gebluschten kalk te zamen, brenge
het mengsel in een fleschje, dat men geheel met uitgekookt water
vult en goed toesluit, en late het eenige dagen staan : de indigo
verliest langzamerhand zijne blaauwe kleur en lost zich in het
water met eene gele kleur op. Het ligchaam, dat hier de ont-
kleuring bewerkte, was het ijzeroxydule, hetwelk door den kalk
nit het ijzervitriool was afgescheiden. Dit onttrekt namelijk aan
den indigo zuurstof en deze wordt daardoor kleurloos en in kalk-
water oplosbaar (gereduceerde indigo). Zoodra de heldere vloeistof
met de lueht in aanraking komt, neemt zij weder zuurstof op en
wordt blaauw. Doopt men er een stukje vloeipapier in, zoo
wordt dit, wanneer men het aan de lucht droogt , eerst groen en
dan blaauw en de blaauwe kleurstof beeft er zioli volkomen vast
aan gehecht, daar zij niet alleen op de oppervlakte der vezels,
maar ook in dezelve ontstaan is. In de verwerijen heet zulk eene
oplossing koude kuip. Eene andere wijze om den indigo oplos-
baar te maken is deze, dat men hem met pastel, meekrap enz.
vermengt, met heet water overgiet, er wat koolzure potaseh en
kalk bijvoegt en zoo doende eene gedeeltelijk zure, gedeeltelijk
rottende gisting voortbrengt. Daarbij wordt zuurstof verbruikt,
en deze wordt gedeeltelijk van den indigo genomen en de gedes-
oxydeerde indigo lost zich dan in de alkalische vloeistof op (warme
kuip). Door behandeling van den indigo met ligchamen, die
gemakkelijk zuurstof afgegeven , b. v. salpeter- of chroomzuur ,
heeft men in nieuwercn tijd zeer belangrijke oxydatieproducten
daarvan leeren kennen (isatine, isatinezuur, anilzuur, picrinesal-
peterzuur) enz.
"i I
1 Vlf.
Ti