Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
500
Plantenstoffen.
onderscheidene nieuwe ligchamen, waaronder, behalve bittere
amandelolie en blaauwzuur, ook nog mierenzuur en druivensuiker
voorkomen, vervalt.
Amygdaline en waarschijnlijk ook emulsine worden ook aange-
troffen in de bladeren van den laurierkersboom, in de pitten
van persiken enz. en het laat zich nu ligt verklaren waarom uit
deze, nadat zij eenigen tijd met water in aanraking zijn geweest,
door destillatie vloeistoffen kunnen verkregen worden, die den
reuk van bittere amandelen vertoonen (laurierkerswater, persico enz.)
Het meerendeel dezer stoffen bestaat uit de drie elementen,
koolstof, waterstof en zuurstof; slechts eenige weinige bevatten
nog stikstof.
XIY. KLEURSTOFFEN OF PIGMENTEN.
590. Wanneer de eigenaardige stoffen, die wij onder den naam
van extractiefstoffen in het vorige hoofdstuk hebben behandeld,
gekleurd zijn of door inwerking van andere stoffen gekleurd wor-
den , zoo noemt men ze kleurstoffen of pigmenten. Van de kleu-
ren der bloemen, zoo als de natuur ze ons in onnavolgbare pracht
en verscheidenheid aanbiedt, zijn de meesten zoo weinig besten-
dig , dat zij bij het verwelken en droogen derzelve verbleeken en
vernietigd worden, en nog spoediger, als zij daarbij aan het
zonnelicht blootgesteld zijn. Hetzelfde geschiedt, wanneer men
de kleurgevende stof door uitpersing of op eenige andere wijze
uit de plant tracht uit te trekken of af te scheiden. Eenige
weinige planten slechts bevatten , in de wortels of in het hout,
in de bladeren of vruchten, gekleurde sappen van eenige be-
stendigheid , zoodat zij door het licht moeijelijker en langzamer
ontleed worden en zich dus laten uittrekken en tot het kleuren
van andere stoffen gebruiken. Door chloor of zwaveligzuur wor-
den echter ook deze kleurstoffen ontleed en gebleekt. Het uit-
trekken kan in de meeste gevallen door water, somtijds ook
slechts door wijngeest of andere vloeistoffen worden bewerkstel-
ligd. Even als bij de extractiefstoffen in het vorige hoofdstuk,
is het ook bij sommige kleurstoffen gelukt, ze in kristallen te
verkrijgen; de meesten echter kent men slechts onder den vorm