Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
■195 PlantenstoJ/en.
waardige eigenschap dat zij blaanw van kleur schijnt, wanneer men
haar bij opvallend licht beschouwd, maar eene gele kleur vertoont,
wanneer men er door naar het licht ziet.
Absinthiïne, uit de alsemplant, uiterst bitter; eene kleurlooze,
kristallijne massa.
Centaurine, uit het duizendguldenkruid, bitter; tot nog toe
slechts als extract bekend.
Cetrarine, uit de ijslandsche mos, bitter; een wit poeder.
Columbine, uit de columbowortel, zeer bitter; kristalliseert in
goudgele naalden.
Gentianine , uit den gentiaanwortel, zeer bitter, kristalliseert
in goudgele naalden.
Imperatorine, uit de wortels der imperatoria, zeer scherp en
brandend van smaak; witte kristallen.
Meconine, uit het opium, scherp van smaak; in witte kristallen.
Picrotoxine, uit de kokkelkorrels, uiterst bitter, bedwelmend
en giftig werkend; kristalliseert in witte naalden.
Quassine, uit het quassiahout, zeer bitter; in witte kristallen.
Phlorizine , uit den bast der wortels van vele ooftboomen, kleur-
looze kristallijn en zeer bitter van smaak; wordt fraai blaauw,
wanneer men het met ammoniak overgoten aan den invloed der
lucht blootstelt.
Salieine, in den bast van wilgen cn populieren, in water op-
losbaar, kristalliseerbaar, hoogst bitter; zeer kenbaar door hare ei-
genschap om door sterk zwavelzuur fraai rood gekleurd te worden.
Deze beide laatste stoffen ondergaan eene zeer kenmerkende
verandering wanneer zij met verdunde zuren gekookt worden. Zij
r. worden beiden namelijk daardoor gescheiden elk iu twee nieuwe
1; ligehamen, waarvan het eene druivensuiker , het andere een hars-
i" achtig ligehaam, bij dë^ eerste phloretine bij de laatste saliretine
f i genoemd. De saliretine bezit nog de eigenschap der salieine van
If door zwavelzuur rood gekleurd te worden.
Santonine, uit het wormkruid, bitter; in witte kristallen,
t? Scülitine, uit den zeeajuin, scherp bitter; eene witte amorphe
massa.
|l Senegine, uit den senegawortcl, scherp cn bijtend makend; een
wit poeder.
Glycyrrhizine, uit het zoethout, zeer zoet, eene ligtbruine,
, :; amorphe massa.
t
m