Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Extractiefsioffeu. 497
Icerder gekleurde verbindingen ontstaan. Deze lossen zich gedeel-
telijk in liet water met eene donkere kleur op, maar zijn gedeel-
telijk ook onoplosbaar geworden en zetten zieb dus als een zwart
bezinksel uit de vloeistof af. Men heeft deze laatsten ook met den
zeer onbepaalden naam : geoxydeerde extraetiefstoifen bestempeld.
Voor de bereiding der extraeten geldt dus deze regel: het afdampen
der vloeistoffen, waarin zij zijn opgelost, moet zoo veel mogelijk
bij afsluiting der lucht en bij zachte warmte, het liefst in een
waterbad plaats hebben.
588. Kristalliseerbare extraetiefstoffen. In lateren tijd is het
gelukt, onderscheidene dezer stoffen in kristallen, derhalve als goed
gevormde en bepaalde verbindingen te verkrijgen. Van deze ver-
houden verscheidene zieh even als de anorganische bases (potaseh,
soda, ammonia); zij zijn namelijk in staat zuren te neutraliseren
en daarmede zouten te vormen: deze zijn de organische bases (596).
De overigen daarentegen hebben noch zure noch basische eigen-
schappen, zij zijn indifferent; men kan deze kristalliseerbare extrae-
tiefstoffen noemen, ten minste zoo lang, tot dat door verdere
onderzoekingen hare chemische verft-ouding nader en naauwkeuriger
bepaald is. Tot nog toe kent men er een te klein aantal van,
om er iets met zekerheid van te zeggen. Het getal der tegen-
woordig bekende plantensoorten klimt tot over de 100,000, en
het is waarschijnlijk, dat in de meeste daarvan verschillende ex-
traetiefstoffen voorhanden zijn. Derhalve een ruim veld voor
nieuwe ontdekkingen ! Na het gezegde kan men den naam extrac-
tiefstof zoo bepalen: het zijn mengsels van allerhande indifferente,
kristalliseerbare en van indifferente, bruine, niet kristalliseerbare
stoffen, waaraan wij in de meeste gevallen den smaak en de ge-
neeskrachten der planten moeten toeschrijven. De meesten der-
zelve hebben eenen bitteren smaak en worden daarom ook wel
bittere extraetiefstoffen genoemd. Eenigen, namelijk de in water
onoplosbare, toonen eerst hunnen bijzonderen smaak, wanneer zij
in eene andere vloeistof, b.v. alcohol of aether, opgelost zijn.
589. In het volgende zullen slechts eenige der meest bekende
extraetiefstoffen kortelijk aangestipt worden. De namen die zij dra-
gen, zijn (even als bij de kleurstoffen en organische bases) ge-
woonlijk uit den latijnsehen naam der plant met den uitgang ine
gevormd.
Aeseuline uit de schors van esschen- en kastanjeboomen wit,
kristallijn in warm water oplosbaar. Deze oplossing heeft de merk-
32