Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
4'J6 Flantensiojfen.
b. V. harsen, vetten enz. De extraeten zijn derhalve als mengsels
van de meest verschillende plantenstoffen te beschouwen, als meng-
sels van bekende stoffen met onbekende, van sterk smakende met
smaaklooze, van werkzame met onwerkzame, van kleurlooze met
gekleurde enz.
586. Extracticfstof. Bij nader onderzoek der plantenaftreksels
bevond men, dat, na verwijdering der bekende stoffen, suiker,
zetmeel, eiwit enz., er gewoonlijk eene bruine of zwarte, niet
kristalliserende, oplosbare stof overbleef, die in den regel den
smaak en de geneeskracht der plant in hooge mate bezat, uit
welke het extract gewonnen was. Deze massa noemde men extrac-
ticfstof cn onderscheidde naar de verschillende eigenschappen: bit-
tere (in alsem , aloë, eoloquinten), aromatisch bittere (in kalmus,
hop), zoete (in zoethout), narkotische (in opium, bilsenkruid enz.) enz.
Gelijk men ziet, was de naam over het algemeen zeer geschikt,
daar hij voor al die tallooze, niet naauwkeurig onderzochte plan-
tenstoffen past, die eene donkere kleur bezitten en niet kristalli-
seren, hoe verschillend hare zamenstelling ook mögt zijn. Iloe
groot deze verscheidenheid zijn; kan , laat zich reeds daaruit aflei-
den, dat de meeste plantenstoffen, suiker, gom enz., wanneer zij
langen tijd gekookt, of ook slechts aan de lucht blootgesteld wor-
den, tot bruine, niet kristalliserende verbindingen overgaan.
587. In deze veranderlijkheid der plantenstoffen is ook de reden
te zoeken, waarom aUe extracten eene bruine of zwarte kleur
hebben.
Froef. Men overgiete eenige looden fijn gesneden zoethout met
zes maal zooveel kokend water en giete er na 24 uren de vloei-
stof af; zij kan gefiltreerd worden en is dan helder, doorschijnend
en geelachtig van kleur. Dampt men ze af, of laat men ze zoo
laug op een warmen oven staan, tot dat al het water verdampt
is, zoo verkrijgt men een zwart extract, het bekende drop, dat
bij wederoplossing in water niet.meer eene geelachtige, maar nu
eene donkerbruine vloeistof geeft. Gelijk de kleur, zoo is ook de
smaak nu merkelijk anders. Beide veranderingen toonen duidelijk
aan, dat gedurende de verdamping eene chemische verandering der
opgeloste stoffen plaats heeft gegrepen. Deze verandering heeft
veel overeenkomst met die, welke bij de verrottiug of langzame
oxydatie van het hout plaats heeft, er wordt namelijk zuurstof
opgenomen en daardoor een weinig koolstof eu waterstof tot kool-
zuur en water geoxydeerd, waardoor koolstofrijkere en dus don-