Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 Jfuter en warmte.
eene ■ bepaalde ngting eu orde aan elkander te leggen en zicli op
deze wijze tot eene regelmatige gedaante te vormen. Dit kan
evenwel slechts dan geschieden, wanneer een ligehaam vloeibaar
of Inchtvonnig is, daar alleen indezen toestand eene vrije bewe-
ging zijner kleinste deeltjes mogelijk is, dit kan verder slechts
dan geschieden, wanneer men hun tijd laat tot deze beweging: der-
halve zullen de kristallen altijd des te regelmatiger uitvallen, hoe
langzamer zij ontstaan. Yan de prachtige kristallen, die men uit
de diepte der aarde opgraaft, zullen vele misschien duizenden van
jaren tot hunne vorming noodig gehad hebben.
51. Froef. Men dampe de vloeistof, welke bij de vorige proef
boven de verkregene salpeterkristaUen bleef staan, op een zacht
vuur zoo veruit, tot erzieh op de oppervlakte een zoutlaagje vormt,
dan neme men het vuur weg en late de oplossing onder gestadig om-
roeren met een houten spadeltje bekoelen. Men zal op deze wijze
geene geheele salpeterkristallen , maar salpeterpoeder verkrijgen.
Men kan de genoemde vloeistof als een koud verzadigde salpeter-
oplossing beschouwen : zij bevat ongeveer nog ^ lood van dit zout
opgelost; wordt hiervan door verdamping zoo veel water afgeno-
men , dat de overige hoeveelheid nog maar even toereikende is,
om het halve lood salpeter in dc warmte opgelost te houden, zoo
beginnen er zich op de koelere oppervlakte kristalletjes af te schei-
den en wel in den vorm van een dun laagje (zoutlaagje), dat dus
aantoont, dat de vloeistof weder warm verzadigd is. Liet men ze
nu rustig bekoelen, zoo zoude men wederom vaste kristallen (tweede
kristalschieting) bekomen; roert men echter aanhoudend, zoo wor-
den zij in hetzelfde oogenblik, waarin zij zich vormen, verbroken,
en het product is bij eene langzame beweging een grof, bij eene
snellere beweging een fijn poeder. Men noemt dit eene gestoorde kris-
tallisatie. Een ander zeer duidelijk voorbeeld van dezen aard komt bij
de suiker voor; dezelfde suikeroplossing, welke rustig bekoeld de
kandijsuiker geeft, levert door gestoorde kristallisatie de gewone
broodsuiker,
52. Froef. Men werpe in kokend water zoo veel keukenzout,
als zich daarin oplost, en laat de oplossing bekoelen; er vormen
zich geene kristallen, daar het keukenzout even gemakkelijk en
iyt 'even groote hoeveelheid oplosbaar is in koud als in warm water.
De helft van het zoute water dampt men boven eene spirituslamp
uit; de andere helft brengt men op eene warme plaats; men zal
in het eerste geval onregelmatige zoutkorrels , in het laatste ech-