Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
495
XIII. EXTRACTIEFSTOFFEN.
585. Extracten. De tot hiertoe beschou-wde plantenstoffen
zijn, wahneer men de vlugtige oliën en eenige harsen uitzondert,
meestal zonder smaak en zonder bijzondere geneeskrachten; liet
meerendeel derzelve komt zeer algemeen verspreid in het planten-
rijk voor en wordt in bijna iedere plant aangetroffen. Aan vele
gewassen bespeuren wij echter eenen eigenaardigen smaak en eene
bijzondere werking op ons ligehaam, wanneer zij in de maag
gebragt worden; zij moeten derhalve nog andere stoffen bevatten,
aan welke zij deze eigenschappen verschuldigd zijn. Alsem en
rhabarber smaken bitter, peper en bilsenkruid bijtend en scherp,
en zoethout fzoet: in de maag gebragt werkt alsem maagverster-
kend , rhabarber laxerend, peper prikkelend, bilsenkruid bedwel-
mend enz. Deze en dergelijke opmerkingen moesten reeds in
vroegeren tijd de aandacht trekken en proeven uitlokken, om deze
sterksmakende en geneeskrachtige stoffen er uit te trekken (te
extraheren), om ze dan als geneesmiddelen te gebruiken. Dit
uittrekken geschiedde op de eenvoudigste wijze, bij saprijke plan-
tendeelen door uitpersing, bij droogere door overgieten met koud
water (maceratie) of met heet (infusie) of door kokiug daarmede
(decoctie). Daar de plantensappen of uittreksels echter spoedig
zuur of beschimmeld worden, zoo verdampte men het water en
verkreeg op deze wijze eene brijachtige, of bij geheele verdam-
ping eene vaste, amorphe massa, die met den naam vau (waterig)
extract beteekend werd en nu jaren lang onveranderd bewaard
kon worden. Somtijds gebruikte men ook wijngeest of aether in
plaats van water als oplossingsmiddel (spiritucuse of aetherische
extracten). Vele dezer extracten worden nog steeds in de apothe-
ken als geneesmiddelen bewaard en men heeft in 1 lood daarvan
even zoo veel werkzame stoffen als in een of meerdere ponden
van de plantenstof, waaruit het bereid is.
TJit het voorgaande is reeds bekend, dat de meeste plantensappen
grootere of kleinere hoeveelheden amylum of zetmeel, slijm,gom,
suiker, looistof, chlorophyll, planteneiwit, zouten, zuren enz.
bevatten; het is dus natuurlijk, dat al deze stoffen, voor zoover
zij in water oplosbaar zijn , ook in het waterige extract voor-
handen moeten zijn. Eveneens is het duidelijk, dat de spiritucuse
en aetherische extracten al die stoffen moeten bevatten, die uit de
plani eustoffen door deze beide vloeistoffen opgelost kunnen worden.