Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
■p
488 Plaiiiensioffeu.
577. Electrophoor. Proef. Men wrijre eene pijp lak eenige
minuten lang met eenen doek en brenge ze dan bij eenige snip-
pertjes papier; deze zullen in de hoogte springen en eenigen tijd
aan het lak blijven hangen. De oorzaak dezer aantrekking is de
eleetrieiteit (hars- of negative eleetrieiteit), die bij het -wrijven in
de hars -wordt opge-wekt. Giet men een gesmolten mengsel van
sehellak en eolophonium op een plaatje van blik uit, om eene groo-
tere harsoppervlakte te verkrijgen, zoo is men in staat, de eleetriei-
teit er onder de gedaante van vonken aan te trekken, en te
verzamelen; zulk eene harskoek -wordt daarom electrophoor, elec-
triciteitdrager genoemd. De naam eleetrieiteit is van het barnsteen,
dat in het grieksch elettron heet, afkomstig, daar men hieraan
het eerst de eleetrische verschijnselen opmerkte.
578. Harsen en wijngeest. Proef. 1 Lood sandarak wordt in
een stuk papier gewikkeld, met eenen hamer fijn geklopt en dan
met 4 lood zand vermengd, dat men eerst door slibben van het
fijne poeder bevrijd en daarna weder volkomen gedroogd heeft. Men
overgiete nu dit mengsel met 4 lood sterken -wijngeest, bindt het
fleschje met eene natte blaas digt en laat het eenige dagen op eene
warme plaats staan, terwijl men het gedurig omschudt. De ver-
kregen heldere harsoplossing heet vernis, daar zij op metaal, hout
of papier gestreken eene glanzende oppervlakte achterlaat, terwijl
de vlugtige wijngeest verdampt. Overgiet men de sandarak met
wijngeest, zonder er zand bij te voegen, dan bakt het harspoeder
op den bodem van het fleschje tot een taajjen klomp te zamen,
die zich veel moeijelijker oplost.
Vernissen of verlakken is derhalve zoo veel als met hars overtrek-
ken. Door deze harsoppervlakte verkrijgen de voorwerpen niet alleen
eenen fraaijen glans, maar zij worden daardoor te gelijkertijd on-
doordringbaar voor lucht en water. Wanneer men papieren voorwer-
pen, b.v. teekeningen of landkaarten wil vernissen, dan moet men
ze eerst door eene oplossing van lijm of gom halen, daar de hars-
oplossing anders iu het papier doordringt en het graauw en door-
schijnend maakt. Bij houten voorwerpen verhindert men dit intrek-
ken gewoonlijk door ze eerst met lijnolie in te wrijven. Komt het
vernis op vochtige plaatsen, zoo ontstaan daar witte ondoorschij-
nende vlekken, dewijl de hars door het water als een wit poeder
wordt afgescheiden.
Proef. 1 Lood schellak wordt op de aangegevene wijze in sterken
wijngeest opgelost; men verkrijgt eene troebele vloeistof, daar het