Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
4Sfi Plantenstofen.
daarvoor te bewaren; daarom werden zij vroeger tot het inbalsemen
van lijken gebezigd, zoo als wij die nu nog, na duizende jaren ,
tot mummiën verdroogd, in de Egyptische pyramiden aantreffen.
574. Harsen en water. De harsen zijn in water onoplosbaar
en derhalve smakeloos; slechts sommigen zijn in zeer geringe hoe-
veelheid daarin oplosbaar en deze bezitten dan in den regel eenen
bitteren smaak. Zoo als de harsen in den handel voorkomen, be-
vatten zij echter altijd eene geringe hoeveelheid water in hare
poriën ingesloten en zijn daardoor dof en ondoorschijnend, de gewone
pijnboomenhars en de gekookte terpentijn bewijzen dit duidelijk.
Colophonium. Proef. Verhit men een gedeelte der in 551 ver-
kregen vaste terpentijn of ook pijnboomenhars in een lepeltje, tot
j,. ^^^ dat al het water verdampt is, dan
' blijft er eene watervrije, volkomen
doorschijnende hars over. Mennoemt
deze colophonium, cn wel wit, wan-
neer het zwak verhit is, bruin daaren-
tegen, wanneer de warmte zoo hoog
gestegen was, dat een gedeelte in
brandige hars was overgegaan. Het
colophonium is zoo broos, dat het
gemakkelijk tot poeder fijngewreven
kan worden. Bestrijkt men er eenen
strijkstok mede, zoo blijft het harspocder aan de paardeharenhan-
gen en deze hechten zich dan beter aan de snaren der viool. Het-
zelfde heeft plaats bij de touwen, waarmede de gewigten aan onze
gewone huisklokken hangen; zij kunnen dan niet van de raderen
afglijden. De harsen doen derhalve juist het tegengestelde van de
oliën; hars maakt de oppervlakte der voorwerpen ruw en oneffen,
olie daarentegen glad en vettig.
575. Harsen in de warmte. De zoo even in het werk gestelde
proef toont ons te gelijker tijd nog eene andere eigenschap der har-
sen, namelijk hare gemakkelijke smeltbaarheid. De meeste harsen
vorderen om gesmolten te worden eene warmte, die iets hooger is
dan die van kokend water. Giet men gesmolten colophonium op
een plankje uit, zoo vormt het, bij het vast worden eene harde,
glanzende oppervlakte. Dit maakt de harsen zeer geschikt, om
metalen en hout voor het indringen van lucht en vochtigheid te
l)ehoedcn. Daarom overtrekt men het ijzerwerk met eene laag pik,
opdat de zuurstof der lucht het niet zoo spoedig oxydere; daarom