Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Oplossen en. kristalliseren. 41
papier aangewend. Het roode reageerpapier dient tot erkenning
der, aan de zrüren tegenovergestelde alkalische ligchamen of bases,
welke het weder blaauw maken, zoo als men gemakkelijk kan
zien , als men het in kalkwater of in vochtige hontasch steekt.
49. Proef. Bij 2 lood koud water voegt men allengs onder
gestadig omroeren zoo lang fijn gestooten salpeter, als dit daarin
verdwijnt; men zal omstreeks i lood noodig hebben; wat men daar-
boven er bij voegt , blijft onopgelost op den bodem liggen. Men
noemt deze oplossing eene koud verzadigde. Verwarmt men deze
echter tot koking en mengt men er op nieuw salpeter bij , zoo zal
men er nog nagenoeg 4 lood kunnen bij doen , eer zij weder verza-
digd is. Een in deze kokend verzadigde oplossing gehouden ther-
mometer zal ongeveer tot 108° rijzen, terwijl die in kokend water
slechts 100° bereikt: alle zoutoplossingen koken langzamer dan
water en bevriezen ook langzamer. Gelijk het salpeter, zoo ver-
houden zich alle iu water oplosbare ligchamen, zij worden door
hetzelve slechts in eene bepaalde hoeveelheid opgenomen; bij do
meesten geldt het ook als regel, dat heet water daarvan meer kan
oplossen dan koud.
50. Proef. Giet men de bi] de vorige proef verkregene oplos-
sing in eene vooraf verwarmd porceleinen schaaltje en laat men
haar stil staan, tot zij geheel bekoeld is, zoo scheiden zich de
laatst bijgevoegde 4 looden salpeter weder in eene vaste gedaante
af, doch niet als poeder, maar als regebnatig gevormde zuilen.
Eig. 22. Deze zuilen zijn zeszijdig en hebben van boven eene
vlakkige, dakvormige spits; men noemt deze salpeter-
kristallen. Aan elk kristal onderscheidt men uitwen-
dige vlakken, kanten en hoeken , even als of het uit
afzonderlijke driehoekige , vier- of meerhoekige stukken
zamengestcld of kunstmatig geslepen was; ja, deze
regelmatigheid bestaat ook in het inwendige, zoo als
men ligt kan bemerken, wanneer men een doorzigtig kristal tegen
het licht houdt en langzaam omdraait, of wanneer men het in
stukken slaat, waarbij de kleine stukken dikwerf weder dezelfde
regelmatige gedaante vertoonen, die het geheele kristal had. Wij
vinden derhalve in de levenlooze natuur eene geheimvolle magt —
overeenkomstig met die, welke de bijen eene zeshoekige woning
doet bouwen, of den aardappel steeds eene vijfhoekige bloem en vijf
meeldraden voort doet brengen — waardoor de kleinste deeltjes,
waaruit de ligchamen bestaan, gedwongen worden, zich volgens