Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
482
PluiiteHstoffen.
baar is, draagt in den handel den naam van gewone terpentijn;
venetiaansehe terpentijn daarentegen is de meer doorschijnende
en dunnere soort, die uit de larixsoorten gewonnen wordt. Eene
nog fijnere soort, die van eene amerikaansche boomsoort afkom-
stig is, heet eanadabalsem.
Er zijn nog verscheidene andere harsachtige plantensappen , die
den naam van balsems dragen; zij zijn meest allen van boomen
uit de heete luchtstreek afkomstig, waaruit zij of van zelve uit-
vloeijen of uitgekookt worden. De meest bekende daarvan zijn:
de geelachtige copaïvabalsem, een belangrijk geneesmiddel; do
zwartbruine perubalsem en de graauwbruine storax (vloeibare
storax), welke beide laatsten, wegens hunnen aangenamen vanil-
lereuk als reukmiddelen veel gebruikt worden.
Al deze terpentijn- en balsemsoorten zijn als oplossingen van
harsen in vlugtige oliën te beschouwen, in welke beide bestand-
deelen zij gescheiden worden, wanneer men ze met water destil-
leert (551). Hetzelfde geschiedt, wanneer men ze in een open vat
langen tijd in de warmte laat staan , met dit onderscheid echter,
dat dan de olie vervliegt en zich in de lucht verspreidt.
569. Gewinuing der harsen. Proef. Men strijke een weinig
terpentijn op een plankje uit cn late het eenigen tijd iu de nabij-
heid van eenen warmen oven liggen; de terpentijnolie verdampt,
terwijl de hars als eene amorphe, brooze massa terugblijft. Op
dergelijke wijze laat men op vele plaatsen de terpentijn , die uit
opzettelijk daartoe gemaakte openingen uit de boomen vloeit, daar-
aan van zelve indroegen, neemt er de vaste hars af en brengt
ze, nadat zij gesmolten door eene soort van zeef gegoten is, om
de aanhangende houtdeelen terug te houden, onder den naam van
pijnboomenhars of wit pik in den handel. De bosschen van Ame-
rika leveren ons deze hars in groote hoeveelheid. Bij het indroo-
gen der terpentijn werken twee oorzaken gelijktijdig; een gedeelte
der in dezelve bevatte vlugtige olie verdampt en veroorzaakt den
eigenaardigen reuk , dien men in de deiincnbosschen waarneemt,
terwijl een ander gedeelte zuurstof uit de lucht opneemt en daar-
door tot hars overgaat (506).
Even als bij onze pijnboomen,, zoo vloeijen er uit vele andere
boomen en heesters, vooral in de warme landen, uit toevallige of
opzettelijk daartoe gemaakte opeuingcn , harsachtige sappen, die
aan de lueht tot vaste harsen indroogen. Bijna alle in den han-
del voorkomende harsen worden op deze wijze gewonnen.