Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
478 PluiiteHstoffen.
vende vlam; door het potje met een deksel of iets dergelijks te
bedekken wordt zij gemakkelijk weder uitgebluscht, maar nooit
mag men tot het blussehen van brandende olie water gebruiken.
De olie wordt uu van het vuur genomen; na bekoeling met wat
water vermeugd en op nieuw verhit; zoolang er nog water voor-
handen is, zal de temperatuur uiet boven 100° komen. De opstij-
gende damp is een mengsel van luchtvormig water en luchtvor-
mige olie; hier heeft het geval plaats, waarvan wij reeds vroeger
melding maakten , dat namelijk de olie , die moeijelijker te ver-
vlugtigen is, met het gemakkelijker te verdampen water overgaat.
Bij het kookpunt van het water blijven de oliën onveranderd,
bij haar eigen kookpunt (140—200°) worden zij niet zelden een
weinig brandig; van daar dat men bij de bereiding en het recti-
ficeren derzelve er altijd water bijvoegt.
560. Proef. Eenige droppels terpentijnolie worden op een'
zwavelstok gegoten en aangestoken, een stukje kamfer wordt op
water gelegd en met eenen brandenden zwavelstok aangeraakt;
beide ligchamen ontvlammen en verbranden met een sterk lich-
tende en roetgevende vlam. De_ vlugtige oliën zijn veel gemak-
kelijker brandbaar, dan de vette oliën, die , om met vlam te
verbranden, ten minste tot 350° moeten verhit worden. De ter-
pentijnolie laat zich best gebruiken, om onze lampen gemakkelij-
i ker aan te steken, meu behoeft het kousje maar met eenige drop-
pelen daarvan te bevochtigen.
Proef. 1 Lood absoluten alcohol wordt met | drachmé terpen-
tijnolie vermengd en in eene spirituslamp gegoten; het mengsel
brandt met eene sterk lichtende, maar geen roet meer afzettende
vlam, daar alle koolstof der terpentijnolie door de hitte vau den
brandenden, waterstofrijkeu wijngeest eerst in lichtgas, dan in
koolzuur (en water) veranderd wordt. Men heeft iu den laatsten
tijd dit mengsel onder den naam van Hallogas ter verlichting aan-
gewend, cn er bijzondere lampen voor uitgedacht, die zoo zijn
ingerigt, dat de vloeistof er in verdampt en de uit eenige kleine
gaatjes uitstroomende damp aangestoken wordt.
561. Vlugtige oliën en water. Proef. Men late eenige drop-
pelen komijnolie op water vaUen; de olie drijft er boven op, zonder
zich in het water op te lossen, daar de meeste vlugtige oliën ligter
zijn dan water; er zijn echter ook eenige, b.v. kaneel- en bittere
amandelenolie, die zwaarder zijn dan water en daarin zinkeu.
Wordt het mengsel st«rk door elkander geschud, dan wordt het
t