Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 Water en warnte.
bestaat uit eene blaauwe kleui-stof, die in water oplosbaar is en
dus door hetzelve wordt opgenomen, en uit aardachtige deelen,
die onoplosbaar, zijn en zich als een slijkaehtig bezinksel op den
bodem afzetten. Men zou deze stoffen even als in de vorige proef,
door bezinken en afgieten van elkander kunnen scheiden , doch dit
kan men spoediger door filtereren verkrijgen. Hiertoe snijdt men
uit een vel vloeipapier een rond stuk, vouwt dit tweemaal te zamen
en zet den aldus verkregen papieren trechter (filtrum) in eenen gla-
zen trechter. Tusschen het papier en het glas steekt men eenige
dunne houtjes of glazen staafjes, opdat het niette vast tegen het
glas aankleeft; even zoo moet men zorgen, dat er tusschen dea
Fig 21 a Fig 21 b trechter en den hals van de
flesch, waarin het gefiltreerde
vocht loopt, eene opening blij-
ve, waardoor de lucht uit de
flesch kan ontwijken, daar an-
ders het vocht niet uit den
trechter kan afloopen. Dit be-
reikt men het eenvoudigst door
een stukje touw in den hals
van de flesch te steken. Het
filtrum , dat niet hooger dan de trechter mag zijn, wordt eerst
met water bevochtigd , eer men er de vloeistof in giet. Het vloei-
papier bestaat uit fijne te zamen verbondene linnen of boomwol-
len vezelen, waar tusschen zich kleine ruimten of poriën bevinden,
waardoor wel de vloeistoffen, maar niet de poedervormige vaste
deelen heen kunnen dringen: de laatsten blijven dus op het filtrum
terug. Bij het schrijfpapier zijn deze poriën door lijm of stijfsel
toegeplakt, daarom kan dit niet tot Altereren gebruikt worden.
48. Proef. Van de verkregene oplossing (lakmoes-tinctuur)
giete men een gedeelte in een kopje en hale er reepjes fijn vloei-
papier of ook postpapier eens of meermalen door, tot zij duidelijk
eene blaauwe kleur hebben aangenomen. De gedroogde reepjes
worden onder den naam van lakmoes- of reageerpapier bewaard;
zij worden door azijn, citroensap en andere zure vloeistofl^en rood
gekleurd, en men erkent daardoor , of eene vloeistof zuur zij
(reageert), of niet.
Proef. Een ander gedeelte der lakmoestinctuur wordt voorzigtig
zoo lang met citroensap gemengd, tot dat de blaauwe kleur dui-
delijk rood geworden is, en dan eveneens tot het kleuren van