Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vetten en, vette oliën. 461
ïuur verkoolt, zoo als wij weten, bijna aUö organische ligcha-
men (173), het eene moeijelijker, het andere gemakkelijker, de
olie moeijelijker, de slijm gemakkelijker ; voegt men er dus slechts
zoo veel zwavelzuur bij, als tot verkoling des slijms noodig is,
zoo wordt alleen deze ontleed en de olie blijft onaangetast. Bij
eene grootere hoeveelheid zwavelzuur zou ook de olie verandering
ondergaan.
Boomolie (olijfolie) wordt uit de olijven geperst. De fijnste,
koud geperste, zoogenaamde huile de Provence is helder geel, de
warm geperste, gewone boomolie groenachtig; deze beide soorten
worden, gelijk bekend is, tot huishoudelijk gebruik aangewend
cn ook ter insmering van machines. Uit eene derde geringere,
donkerder gekleurde soort maakt men in Italië en Frankrijk de
zoogenoemde venetiaansche of marseille-zeep.
Amandelolie verkrijgt men door uitpersing van zoete amandelen.
Ook de bittere geven bij koude persing eene goede olie, bij warme
persing echter is zij ligt blaauwzuurhoudend.
Olie uit hazelnoten, beuken-, pruimen-, kersen- en appelpit-
ten enz.
Kokosnootolie uit de pitten der kokosnoten is bij gewone tem-
peratuur week als varkensvet en ook wit van kleur, maar van
eenen anderen, niet aangenamen reuk.
Palmolie, een geel, boterachtig vet, komt uit de vruchten eener
-palmsoort. Door verhitting tot 130? wordt de gele kleurstof ont-
leed (blecken door hitte).
Kokosnoot- en palmolie worden tegenwoordig in ontzagchelijke
hoeveelheid tot zeep verarbeid.
In de pharmaeie zijn nog de volgende plantenvetten gebruike-
lijk : Cacaoboter, het talkachtige, witte of geelachtige vet der
cacaoboonen, de oorzaak der vetkogeltjes op de chocolade.
Muskaatboter , het gele, boterachtige, aangenaam riekende vet
der muskaatnoten.
Laurierolie, het fraai groene, smoutachtige vet der vruchten
van den laurier.
B. DIT HET DIEBENKIJK.
536. Ons gewoon vee, de koeijen, varkens en schapen leve-
ren meer dan eene soort van vet: een hard, wit (talk of ongel),
dat zich in en op hun vleeseh afzondert; een week, gewoonlijk