Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vetten en, vette oliën. 457
vrijwordende warmte is voldoende, om de bovenste laag talk tc
smelten; de gesmolten talk stijgt nu door de capillariteit (106) in
de door de naast elkander liggende vezels gevormde kanalen in
de hoogte en wordt in de vlam aan eene temperatuur van meer
dan 300" blootgesteld, ten gevolge waarvan het in lichtgas ont-
leed wordt. Raapolie, boomolie, talk en was worden het meest
ter verlichting gebezigd.
530. Proef. Op de in den lepel brandende olie laat men ecu
Fi" 207 enkelen droppel water vallen; de oHe spat er onder
een luid gesis uit, daar het zwaardere water naar be-
neden zinkt en daar plotseling in damp veranderd
wordende, de olie uit elkander drijft. Brandende
vetten, vernis, spek enz. moeten derhalve nimmer met
water gebluscht worden; men kan de vlam gemakke-
lijk en zonder gevaar uitblusschen door het vat met
een plankje of een deksel te bedekken en zoo de voor
de verbranding noodige lucht af te sluiten.
531. Even als bij het hout (120) zoo verbrandt ook
bij de vetten de waterstof eerder dan de koolstof en
daarom is de halfverbrande olie, die na het uitblus-
schen tcrugblijft, koolrijker en donkerder van kleur. Bij verdere
ontleding wordt de lijnolie steeds zwarter en tegelijk dikker , zoo-
dat zij ten laatste de consistentie van eene taaije stroop ver-
krijgt ; in dezen toestand is het de kunstmatige vogellijm en met
roet vermengd, de belangrijke drukkersinkt.
ZA.MJENSTELLING DER VETTEN.
532. Dc overeeenkomst met het hout, die de vetten bij verbran-
ding toonen, schijnt reeds op eenige gelijkvormigheid in zamen-
stelling met hetzelve te duiden: en inderdaad, beide bevatten
dezelfde bestanddeelen, namelijk koolstof, waterstof en zuurstof,
slechts de betrekkelijke hoeveelheid dezer elementen verschilt; de
vetten bevatten namelijk meer waterstof en veel minder zuurstof
dan het hout. Zij behooren dus met alcohol en aether tot de-
zelfde kategorie der waterstofrijke organisehe ligchamen.
533. Margarine, Stearine en Elaïne. Wij mogen echter de
vetten niet, even als den wijngeest of het ecllenweefsel van het
jeugdige hout als zuivere, uit eene enkele groep bestaande ligcha-
men beschouwen; het zijn steeds mengsels van verschillende , meer