Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
456 PluiiteHstoffen.
elkander geperst liggen, zoo aanmerkelijk worden, dat er eene
zelfontbranding plaats grijpt; het is derhalve een maatregel van
voorzigtigheid , om dergelijke stoffen, wanneer zij nog niet volko-
men droog geworden zijn, niet te sterk op elkander te pakken.
VERANDERING DER VETTEN DOOR HITTE.
528, Froef. Men verhitte een weinig lijnolie boven eene wijn-
Fig. 206. geestvlam en onderzoeke van tijd tot
tijd de temperatuur met eenen ther-
mometer; in het begin stijgt de tem-
peratuur snel tot 100", en blijft op
deze hoogte eenigen tijd staan, terwijl
de olie zaeht kookt; dit wordt ver-
oorzaakt door de waterdeelen, die
ongezuiverde oliën steeds bevatten en
die bij 100" verdampen. Zijn zij ver-
wijderd , dan klimt de temperatuur
weder spoedig en wel tot over ,300", als wanneer de olie ten
tweede male begint te koken. Dit schijnbare koken bestaat ech-
ter niet zoo als bij het koken van water of andere vlugtige vloei-
stoffen in het vlugtig worden der olie en de vorming van olie-
damp, maar het is eene ontleding door de hitte veroorzaakt,
waarbij luchtvormige ontledingsproducten ontstaan , die een witten
zeer onaangenaam riekenden rook verspreiden. Deze rook bestaat
voornamelijk uit lichtgas en brandt, wanneer hij aangestoken
wordt, met eene heldere vlam ; de vetten zijn derhalve brandbaar,
maar slechts bij eene temperatuur, die hoog genoeg is, om ze
chemisch te ontleden.
In het groot maakt men veel lichtgas uit vetten, door ze in een
gesloten gloeijend ijzeren vat, dat met eoaks gevuld is, te laten
droppelen eu het zoo gevormde gas door eene gasbuis naar den
gasometer te voeren (oliegas).
529. Elke lamp, elke kaars is eene gasfabriek in het klein; de
vlam bestaat steeds uit brandende gassen (koolwaterstof), die zich
door de hitte uit het vet, de olie, of de steenkolen ontwikkelen.
Bij eene kaars worden de gassen verbrand, onmiddeUijk, wanneer
zij gevormd zijn, terwijl zij bij de gasverlichting eerst naar de
plaats harer bestemming worden gevoerd. Steekt men eene kaars
aan, zoo ontbrandt eerst de boomwol van de pit, en de hierbij