Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vetten en, vette oliën. 455
(o)ieëmulsie) noemt, heeft eerst na eenige dagen de afscheiding
der olie van het vrater plaats.
Proef. Eene tweede wijze, om emulsies te bereiden, bestaat
daarin, dat men oliebevattende zaden, b. v. amandelen of papa-
verzaad in een mortier stuk stoot en er langzamerhand water bij
giet (zaadmelk). In deze zaden zijn behalve olie, ook slijmige en
eiwitachtige stoffen bevat, welke zieh in het water oplossen en
eene fijne verdeeling der olie bewerken.
Eene natuurlijke emulsie hebben wij in de melk der zoogdieren..
De koemelk is troebel, daar de boter er in kleine, voor het oog
onzigbare boUetjes in drijft; deze vetkogeltjes worden drijvende
gehouden, daar de melk tegelijk een eiwitachtig ligchaam, kaas-
stof, in oplossing bevat. Bij rustig staan verzamelt zieh een ge-
deelte der boterkogeltjes, die specifiek ligter zijn dan de vloei-
stof, waarin zij zweven, en drijft als room op de oppervlakte
der melk. Door sterk kloppen worden deze afzonderlijke vetbol-
letjes tot grootere zamenhangende klompen vereenigt, zoo als bij
het karnen geschiedt.
526. Droogende en niet droogende oHën. Men wrijve op eene
koperen munt een' droppel lijnolie uit en op eene andere eenen
droppel boomolie. Laat men nu beide eenige dagen op eene-
warme plaats liggen, zoo zal men bevinden, dat de lijnolie tot
eene vaste, harsachtige massa opdroogt, de boomolie daarentegen
vloeibaar blijft. Alle oliën zuigen, aan de lucht blootgesteld,
zuurstof op en worden daardoor dikker en onaangenaam van reuk
en smaak (ranzig); maar men bemerkt hier een wezenlijk verschil,
daar sommige oliën daarbij volkomen vast en droog worden,
andere daarentegen vloeibaar blijven. Hier vervallen dus de oliën
in twee soorten: droogende en niet droogende. De eersten kan
men ook vernissen noemen, daar zij voornamelijk tot verwen-
bereiding gebruikt worden; de laatste smeeroliën , omdat men ze
daar bezigt, waar de wrijving van twee vaste ligchamen op
elkander en de daardoor dikwijls veroorzaakt wordeude verhitting
verhinderd of verminderd moet worden; zij blijven namelijk veel
langer vloeibaar en week, dan de droogende oliën.
527. Gelijk altijd bij de verdigting van een gas tot eene vloei-
stof of een vast ligchaam , zoo moet er ook bij de inzuiging van
zuurstof door de droogende oliën warmte ontwikkeld worden. Deze
kan onder sommige omstandigheden, wanneer verseh geoliede of
geverniste stoffen, als wol, lijnwaad enz., in groote hoopen op