Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
444 PluiiteHstoffen.
in de natuur onder zekere omstandigheden plaats grijpt, maar die
wij kunstmatig evenmin kunnen nabootsen als de verandering
van dextrine, suiker en zetmeel in planteneellenstof. Vergelijkt
men de formulen van azijnzuur en van cellulose , dan ziet men
als men de eerste 3 maal neemt
dat zij van die van cellulose slechts om J aeq water afwijkt.
Azijnzuur behoeft dus slechts een weinig water te verliezen om
in cellulose veranderd te worden.
Het azijnzuur is een weinig moeijelijker vlugtig dan water.
Destilleert men azijn, zoo gaat er eerst eene slappe, later eene
zure kleurlooze vloeistof over (gedestilleerde azijn), terwijl de
vreemde, niet vlugtige inmengselen achterblijven.
Wordt azijn aan eene lage temperatuur blootgesteld, dan be-
vriest het daarin bevatte water eerder, dan het azijnzuur; slappe
azijn kan derhalve door gedeeltelijke bevriezing sterker gemaakt
worden. Even zoo verhoudt zich de wijn in de koude.
Om den azijn scherper of zuurder te maken voegt men er som-
tijds scherpe stoffen b. v. spaajische peper, ja zelfs wel zwavel-
zuur bij. De laatste vervalsching laat zich gemakkelijk op de
volgende wijze opsporen.
Proef. Men giet een potje half vol water en plaatst er een
schaaltje op, waarin men den te onderzoeken azijn brengt, bene-
E' 205 ^^^^ eenige kruimels witte suiker; men laat nu het
potje zoo lang op een heeten oven staan (zorg dra-
gende, dat er steeds water in blij ve), tot dat de azijn
verdampt is. Is het tcrugblijvende zwart, zoo bevatte
de azijn zwavelzuur. Bij de verwarming door den
heeten waterdamp vervlugtigt alleen de azijn, maar
het zwavelzuur blijft terug cn wordt na eenigen tijd,
wanneer al het water vervlogen is, zoo sterk, dat het de suiker
ontleedt en verkoolt.
De vervalsching met scherpe en bijtend smakende stoffen kan
men op de volgende wijze opsporen. Men verzadigt den azijn
naauwkeurig met koolzure soda en verdampt het vocht nu tot
droogwordens. De overblijvende massa smaakt zuiver zoutachtig
als de azijn zuiver was, maar vreemde scherpe stoffen die mogten
zijn toegevoegd, verraden zich door hunnen smaak, daar zij zich
niet met soda kunnen verbinden en hun smaak derhalve niet, zoo
als die van het azijnzuur, door de neutralisatie opgeheven wordt.