Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandering van den wijngeest in aether. 443
werk gaan even als bij het onderzoeken der handelspotaseh (203),
d. i. beproeven, hoeveel basis, potasch, soda of ammonia, door eene
bepaalde hoeveelheid azijn kan geneutraliseerd worden. Dc hiertoe
ingerigte, in graden verdeelde cilinders, heeten acetomctcrs.
Eenvoudiger doet men het op de volgende wijze. Een stuk goed
gekristalliseerde en niet verweerde koolzure soda wordt fijn ge-
maakt en in een schaaltje op de eene schaal den balans door op
de andere gelegde tegenwigten (zand, hagel of iets dergelijks)
getareerd. Nu brengt men 100 cubiek duim (of indien men het
zuurgehalte naar het gewigt wil bepalen 100 wigtjes) van den te
onderzoeken azijn in een hoog cn smal bekerglas af en voegt er,
terwijl men met een glazen staafje omroert, telkens kleine hoe-
veelheden der koolzure soda bij; onder ontwijking van het kool-
zuur wordt het azijnzuur met de soda tot een neutraal zout ver-
bonden cn beproeft men de vloeistof van tijd tot tijd door een
droppel daarvan op een stukje blaauw lakmoespapier te laten val-
len , dan kan men de trapsgewijze vermindering van het zuurge-
halte gemakkelijk volgen. Zoodra de vloeistof nog even zuur
reageert en aanvangt rood lakmoespapier flaauw blaauw te kleuren,
brengt men het schaaltje met de overgebleven koolzure soda op
de balans weder in evenwigt door er gewigten naast te leggen en
ziet hoeveel er van deze stof noodig geweest is, om de gebruikte hoe-
veelheid azijn te neutraliseren. 1 gewigtsdeel verbruikte koolzure
soda duidt in de onderzochte azijn 0,36 gewigtsdeelen azijnzuur aan.
Laat men azijn lang met dc lucht in aanraking, zoo begint het
azijnzuur ontleed te worden (te bederven) en wel des tc gemakke-
lijker , naarmate hij slapper is. Dit bederf vertoont zich nu eens
als eene schimmellaag (kaan), dan eene door de afscheiding van
geleiachtige klompen (azijnmoer) , en ook wel door het ontstaan
van infusiediertjes, die men dikwijls reeds met het bloote oog
kan waarnemen, wanneer men door een glas bedorven azijn naar
het licht ziet (azijnalcn). Door opkoking laat het verdere bederf
van den azijn zich voor eenigen tijd verhinderen.
Dc azijnmoer blijkt onder het mikroskoop uit plantaardige cellen
te bestaan, wier uit cellulose bestaande wanden zich uit het azijnzuur
hebben gevormd. Wij hebben in het voorgaande herhaaldelijk ge-
zien, dat men uit cellulose suiker en uit deze wijngeest cn daaruit
weder azijnzuur maken kan. Hier zien wij een hoogst opmer-
kenswaardig voorbeeld eener vorming van stoffen in tcgenovcr-
gestcldcn zin, van het ontstaan van cclluloso uit azijnzuur, die