Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
442
PluiiteHstoffen.
gaat men op de volgende wijze te werk. De houtazijn wordt
door neutralisatie met krijt in azijnzure kalk veranderd en deze
door toevoeging van zwavelzure soda in gips en azijnzure soda
ontleed. Deze omweg dient eenvoudig om het gebruik der duur-
dere koolzure soda, door welke men onmiddellijk azijnzure soda
kon verkrijgen, te voorkomen. Dit zout kan door omkristallisatie
niet van de teeraehtige stoifen, die in den ruwen houtazijn voor-
komen , gezuiverd worden , maar dit gelukt wel op de volgende
wijze. De azijnzure soda wordt in eene vlakke pan boven het
vuur gesmolten, waarbij eerst het kristalwater verdreven wordt
en later, als de temperatuur hooger gestegen is, de teeraehtige
stoffen worden verkoold, zoodat zij in water geheel onoplosbaar
worden. Trekt men de bekoelde massa met water uit, zoo ver-
krijgt men eene kleurlooze oplossing van azijnzure soda, waaruit
het zout zich in kristallen afzet, die slechts met zwavelzuur be-
hoeven gedestilleerd te worden , om zuiver azijnzuur op te leveren.
Wil men daaruit azijnzuur van eene bepaalde sterkte verkrijgen,
dan behoeft men het zwavelzuur slechts vooraf met eene bepaalde
hoeveelheid water te verdunnen;
514. Acetyl. Ook het aldehyd en het azijnzuur laten zich,
even als de aether en alcohol, als verbindingen van een orga-
nisch radicaal beschouwen. Dit radicaal draagt den naam Acetyl
(Ac) en is uit 4 aeq. koolstof en 3 acq. waterstof zamengesteld
(C.H,). Derhalve is
aldchydC.H,O,=:G,H3-l-O-1-HO=AcO,IIO=racctyl0xydehydraat;
azijnzuur C.HjO,—Ac-f-O, acetylzuur.
ri". 204. Het acetyl behoort tot dc klasse der zurenvormende
radicalen.
515. Eigenschappen van den azijn. De azijn is
azijnzuur, met veel water verdund en dikwijls nog
met andere stoffen vermengd, welke uit de materia-
len, die tot zijne daarstelling gebruikt worden
(mout, ooft, wijn enz.) afkomstig zijn. De gele of
bruinachtige kleur, die men er aan hebben wil, wordt
veelal kunstmatig door gebrande stroop of cichorei
voortgebragt. De sterkste in den handel voorkomende
azijn bevat in 100 maten ongeveer 8—12, de echte
wijnazijn 6—8, de gewone azijn 2—4 maten azijn-
zuur; het overige is water. Om eenen azijn op des-
zelfs gehalte aan zuur te onderzoeken , kan men tc

- 0
10 SO
4o fo
«0
- 70
_ 80
30
IDO