Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
mi mjngeest in azijn. 441
zien, wordt liier van de koolstof van den wijngeest niets, maar
van zijne waterstof de helft verbrand of door de zuurstof van
de lucht geoxydeerd, en daarenboven nog 1 aeq. zuurstof opge-
nomen.
Aldehyd. Tot nog toe hebben wij bij de azijnvorming alleen
het uitgangspunt (wijngeest) en het eindresultaat (azijnzuur) be-
schouwd ; tusschen deze twee in lig-t echter nog eene eigenaardige
verbinding, die ook verdient gekend te worden. Deze half ver-
brande wijngeest ontstaat wanneer de alcohol 2 aeq, zuurstof heeft
opgenomen en daardoor 2 aeq. waterstof tot water ziju geoxy-
deerd. Men heeft deze verbinding met den naam aldehyd vereerd,
d. i. alcohol dehydrogcuatus, alcohol, waaraan waterstof onttrok-
ken is.
Wijngeest en 20
geven aldehyd G.H.O, en 2H0.
Aldehyd onstaat dus alleen in de eerste periode der azijnvor-
ming. Het veroorzaakt den eigendommelijken prikkelenden reuk,
dien men dikwijls in de azijnmakerijen waarneemt; het neemt met
gretiglieid nog 2 aeq. zuurstof uit, de lucht op en gaat daardoor
tot azijnzuurhydraat over (H0,C,H,0,); dit heeft plaatsin de
tweede periode der azijngisting en dan is de reuk, die in de fa-
briek heerseht, zuur.
Men kan zeer gemakkelijk aldehyd voortbrengen, door, zoo als
wij in 114 hebben aangegeven, een gloeijenden platinadraad in
wijngeestdamp te houden, of nog gemakkelijker, wanneer men
eene wijngeestvlam door een metaalgaas neerdrukt. In beide ge-
vallen ontstaat dit ligehaam, daar de temperatuur niet hoog ge-
noeg is, om eene volkomene verbranding van den wijngeest toe
te laten. Een gedeelte van den wijngeestdamp neemt dan slechts
2. aeq. zuurstof op en wordt aldehyddamp, die zich door zijnen
bijzondcren reuk al spoedig verraadt; daarenboven ontstaat er
echter ook azijnzuur en nog andere vlugtige stoffen.
Na deze algemeene beschouwing der azijngisting, kan het ons
niet meer bevreemden, wanneer wij in bijna alle gevallen, waar
wijngeest met ligehamen in aafiraking komt, die rijk aan zuurstof
zijn en dezelve gemakkelijk afgeven, als chroomzuur, salpeter-
zuur , bruinsteen en zwavelzuur enz., aldehyd en azijnzuur zien
te voorschijn treden.
513*. Om uit den ruwen houtazijn, die bij de drooge destilla-
tie van hout (438) verkregen wordt, zuiver azijnzuur te bereiden,