Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
440
PluiiteHstoffen.
vlakte aanbieden, dan zulks bij de voorgaande metboden kon
plaats hebben. In het bene-
denste gedeelte van het vat
boort men een aantal grootere
gaten, en eveneens in den
reeds vermelden zeef bodem, in
welke laatste men dan glazen
buizen vast maakt, opdat er
geen vocht door loope. Deze
gaten brengen nu eenen lucht-
stroom voort; beneden stroomt
er lueht in van de temperatuur
der omgeving, deze geeft aan
den aan de krullen hangenden
wijngeest een gedeelte van hare
zuurstof af, en ten gevolge
dezer oxydatie of langzame ver-
branding ontwikkelt zich in het vat zoo veel warmte, dat de tem-
peratuur in hetzelve tot 40° stijgen kan. De lucht wordt dus
warmer en ligter en stijgt dus, —| van hare zuurstof verloren
hebbende, door de bovenste glazen buizen uit het vat. Als fer-
ment gebruikt men hier sterken azijn, waarmede het vat en de
krullen voor de bewerking bevochtigd worden, en waarvan men
ook eene zekere hoeveelheid bij het mengsel, dat in azijn veran-
derd zal worden, voegt. Met zulk een vat kan men brandewijn,
bier, wijn enz. door de vloeistof er twee a viermalen door te laten
droppelen in weinige uren in azijn veranderen. Van daar de naam
snelazijn.
513. Verklaring der azijnvorming.
Wanneer wijngeest in azijn zal veranderd worden, zoo moet
een aeq. alcohol vier aeq. zuurstof opnemen.
Uit 1 aeq. wijngeest en 4 aeq. zuurstof — CiH.O, 40
ontstaat I acq. azijnzuur en 3 aeq. water = CiHjO, -{• 3H0,
de alcohol wordt dns tot azijnz\mr en water geoxydeerd.
Men kan dit verschijnsel als eene langzame en onvolkomene
verbranding beschouwen, en wij vinden dan ook hier weder be-
waarheid, wat bij de verbranding van suiker door salpeterzuur
(120 en 197) reeds opgemerkt is, dat namelijk de ligt brandbare
en ligt oxydeerbare waterstof zich eerder met de zuurstof ver-
bindt, dan de moeijelijker te verbranden koolstof. Zoo als wij