Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Veranderimg vau wijngeed in azijn. 439
bij ons te lande de zoogenoemde wijnazijn vervaardigd, door razij-
nen met water uit te trekken en het verkregen suiker houdende
voeht eerst de wijngisting te doen ondergaan en dan te laten
verzuren. Tengevolge van de eerste plaats hebbende wijngisting
heeft er in deze gevallen altijd een opbruisen plaats, dewijl hot
koolzuur, het ontledingsproduet van de gisting der suiker, ont-
wijkt; vandaar de naam azijngisting, daar men vroeger meende
dat dit opbruisen een direct gevolg der azijnvorming was. Tegen-
woordig weet men echter, dat er bij de verandering van wijngeest
in azijn geenerlci gasontwikkeling plaats heeft.
Proef. Twee bierglazen worden losjes met rozijneusteelen ge-
vuld, en het eene geheel, het andere half gevuld met wijn, bier
of een mengsel van 1 deel brandewijn, 1 deel bier cn 6 deelen
water. Beide glazen brengt men op eeue warme plaats en ver-
wisselt dagelijks een- of tweemaal hunnen inhoud, zoodat elk
beurtelings geheel cn half gevuld is. De in de vloeistof bevatte
wijngeest zal op deze wijze veel sneller tot azijn overgaan, daar
de aan de rozijnensteelen hangen blijvende vloeistof, van alle kan-
ten in aanraking met de lucht zjjnde , veel ruimer gelegenheid
vindt om zuurstof op te nemen. Dc opbruising, die men eerst
waarneemt, is een gevolg van de verandering in koolzuur en wijn-
geest, die de suiker, welke nog in het bier en de rozijnensteelen
bevat is, ondergaat; ook deze wijngeest gaat later in azijn over,
en van daar, dat de hier bereide azijn zuurder, d. i. rijker aan
azijnzuur is, dan die van de vorige proef.
512. Snelazijn. Nog spoediger heeft de overgang van wijn-
geest tot azijnzuur plaats, wanneer men hem over eene nog groo-
tere oppervlakte uitbreidt en een nog grootereu toevoer van atmo-
spherische lueht aanbrengt, dan bij de vorige proef het geval was.
Men doet dit op de volgende wijze.
Een vat, ter hoogte van 4—5 el, wordt met krullen van beu-
kenhout gevuld; een weinig onder den bovensten rand bevindt
zich een bodem, die met vele fijne gaten voorzien is, door elk
van welke een stroohalm of een stukje touw gestoken wordt, van
boven met eenen knoop of iets dergelijks voorzien, om het door-
vallen te verhinderen. Hierdoor verkrijgt men nu eene zeer aan-
merkelijke uitbreiding van den alcohol; want giet men dezen op
den bovensten bodem, zoo loopt het vocht slechts droppelswijze
door de zeef heen en verbreidt zich als een dun laagje over de
krullen, die aan de lucht eene duizende malen grootere opper-