Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandering van den wijngeest in aether. 433
ger voorzien is (zie fig. 91), slnite de opening tusschen de glazen
buis en den hals van het fleschje, dat als ontvanger dient, met
eene natte blaas, waarin men eenige gaatjes prikt en verhit het
kolfje in een zandbal behoedzaam, tot dat de vloeistof zacht
kookt. Dit koken wordt zoo lang onderhouden, tot dat er onge-
veer 1 of hoogstens lood van de vloeistof is overgedestilleerd.
Het is bij deze proef noodzakelijk, dat men het destillaat goed
afkoelt, daar dit hoogst vlugtig is; het is dus het meest geraden
deze proef 's winters in het werk te stellen, wanneer men sneeuw
te zijner beschikking heeft. Verder wachte men zich de overde-
stillerende dampen of de overgedestilleerde vloeistof met brandende
ligchamen te naderen, daar zij zeer ligt vlam vatten. De kleur-
looze vloeistof, die men verkrijgt, heeft eenen doordringenden
aangenamen reuk; het is ruwe aether.
Om dezen te reinigen, giet men hem in een fleschje, waarin zich
1 lood water en 1 drachme potaschloog bevinden , sluit het fleschje,
schudt dan de vloeistof eenige malen cn laat het een uur lang ten
onderste boven staan. De ruwe aether bevat bijmengselen van
water, wijngeest, dikwijls ook, w&nneer namelijk de destillatie te
lang is voortgezet, van zwaveligzuur; deze stoffen vereenigen zich
met de potaseh en het water en vormen daarmede eene zwaardere
vloeistof, die in het fleschje naar beneden zinkt. Daarop drijft
eene dunvloeibare, ligt beweeglijke laag aether, die zich afgeschei-
den heeft, daar aether zich tegenover water even als olie verhoudt
en er slechts in zeer geringe hoeveelheid door wordt opgelost.
Ligt men nu de kurk een weinig, het flesehje steeds omgekeerd
houdende, zoo kan men de onderste vloeistof er uit laten loopen
en den aether terug houden. Wü men dezen laatsten volkomen
zuiver hebben, dan moet hij nog eens gedestilleerd of gerectifi-
ceerd worden.
In het groot bereidt men den aether op de voordeeligste wijze,
door een mengsel van 9 pond zwavelzuur en 5 pond alcohol te
destilleren en er gedurende de destillatie zoo veel alcohol in te
laten droppelen, als er echter in den ontvanger overgaat. Één pond
zwavelzuur is dan voldoende om langzamerhand 30 pond alcohol
van 90°, van absoluten onbegrensde hoeveelheden, in aether te
veranderen.
506. Verklaring der aether vorming. De wijngeest onderscheidt
zich van den aether sleehts daardoor, dat hij 1 aeq. waterstof en 1
aeq. zuurstof, dus 1 aeq. water meer bevat, dan de laatste; het
28