Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
d:28
Vlantenslojfen.
het speeiliek gewigt levert dus een eenvoudig en vrij zeker middel op,
om de sterkte van den wijngeest te bepalen. Het geschiktst voor
de bepaling daarvan is de areometer (alcoholometer). De absolute
wijngeest heeft een specifiek gewigt — 0,792, dat wil zeggen, eene
maat, die 1000 lood zuiver water bevatten kan, bevat 792 lood
absolutcn alcohol; deze is dus ongeveer »ligter dan water. In dezen
alcohol zinkt de areometer tot aan het bovenste einde der schaal,
tot 100^, terwijl hij in zuiver water tot aan het benedeneinde der
schaal, tot 0° zakt (zie 28 en 29). De meest gebruikelijke schalen
Pig. 199. zijn die van tealles en van eichter, welke zeer van
elkander afwijken, daar tralles de mengsels van wijn-
geest en water, waarnaar hij zijne schaal gradueerde,
afmat, terwijl richter afwoog. De eerste noemde wijn-
geest b. v. 50 graden teckenend, wanneer hij uit ééne
maat absolutcn alcohol en ééne maat water bestond;
de laatste daarentegen, wanneer het een mengsel was
van één pond absolutcn alcohol met één pond water. Dit
laatste mengsel bevat noodwendig meer wijngeest, dan
het eerste, daar een-pond wijngeest een grooter volume
heeft, dan een pond water. Daarom dus teekent de-
zelfde wijngeest meer graden, en schijnt dus sterker op
den areometer van tralles , dan op dien van RicnTEE.
Met dezen laatsten komt de areometer van stopani ,
die men vroeger veel gebruikte, bijna overeen.
Proef*. Eene glazen buis die van onderen toegesmolten is, vuile
men half met water en giete daarop voorzigtig langs den wand zeer
sterken alcohol, zoodat zij zich niet met het water vermengt, maar
daarop blijft drijven. Men vult de buis geheel aan en sluit ze dan
naauwkeurig met een kurkje, zoodat er geen enkel luchtbelletje in
overblijft. Keert men nu de buis om, dan zal het zwaardere wa-
ter door den alcohol nederzinken en zich daarmede vermengen en
te gelijk ziet men dat er zich boven in de buis eene ledige ruimte
vormt terwijl er toch geen vocht uit ontsnapt is. Er heeft dus
hier, even als bij de vermenging van zwavelzuur met water (173),
eene zamentrekking, eene vermindering van volume plaats. Deze
is dan ook dc reden van de warmteontwikkeling, die men daarbij
waarneemt. Vermengt men 50 maten watervrijen alcohol met 50
maten water, dan verkrijgt men niet 100 maten, maar slechts97.
Voor kooplieden, die den brandewijn daarstellen door vermenging
van sterken spiritus met water, is de kenuis van dit verschijnsel