Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Kolcen en verdampen van het water. 85
gedestilleerd. Het is daaroni zuiverder dan bronwater, dewijl de
niet vlugtige , aardachtige en zoutachtige deelen , welke zich in elk
bronwater bevinden, niet mede verdampt worden, maar in de
retort terug blijven. Ook ligt-vlugtige ligchamen laten zich op
deze wijze van moeijelijker te vervlugtigen scheiden, zoo als bij
de destillatie van brandewijn de vlugtigere wijngeest van het
terug blijvende minder vlugtige water. Tot de destillatie in het
groot gebruikt men gemeenlijk koperen retorten en tot het afkoe-
len koelvaten met slangsgewijze heen en weder gebogen buizen,
waarin de damp een langereu weg heeft af te leggen en diens^
volgens meer volkomen verdigt wordt, dan wanneer de buis regt
door het vat ging. Het zich in de koelvaten bevindende water
wordt zeer spoedig heet door de vrij wordende warmte van den
damp en moet daarom gedurig ververscht worden.
vefispkeidixg der wakmte.
42. Proef. Eene reageerbuis wordt bijna vol water gedaan en
pig 19. dan zoodanig boven eene spirituslamp ge-
houden , dat de vlam de bovenste lagen
van het water verhit; het water zal aan
de oppervlakte koken, maar beneden'ge-
heel koud blijven. Zoo men kwikzilver op
dezelfde wijze behandelt, zoo zullen ook de
onderste lagen weldra verwarmd worden.
Men ziet, de kwikdeeltjes deelen elkander de warmte mede, de wa-
terdeeltjes niet, of althans veel langzamer. Ligchamen, waarin zich,
zoo als in het kwikzilver, de warmte spoedig verbreidt, heeten goede
warmteleiders , ligchamen, die zich verhouden als het water, slechte
wannteleiders. Tot de eersten behooren voornamelijk de metalen, tot
de laatsten, behalve water en sneeuw, steen, glas, hout en zachte
ligchamen als doek , pelterijen , lijnwaad, stroo , papier, asch enz.
De goede warmteleiders worden spoedig warm en spoedig weder
koud, zoo als wij aan de ijzeren kagchels zien kunnen. Een stuk
ijzer is op het gevoel kouder dan een stuk hout van gelijke tem-
peratuur; deze misleiding van het gevoel laat zich daardoor ver-
klaren , dat het ijzer aan de hand spoediger warmte onttrekt dan
het slecht geleidende hout.
De slechte warmteleiders worden wel verwai-md, maar langzaam,
en worden in dezelfde mate ook langzamer afgekoeld; om deze reden
houden zoogenaamde rassische en porceleinen kagchels langer de