Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandering der suiker in wijngeest.
425
nu sterkeren wijngeest verkregen kebben , dan bij de proef in 493,
dewijl door de gedeeltelijke afkoeling voornamelijk het water , dat
moeijelijker vervlugtigd wordt en welks damp zich dus ook spoe-
diger weder laat verdigten, terug gehouden wordt cn een meer wijn-
geest bevattende damp in den ontvanger komt. Door den schuin-
schen stand der buis, vloeit het onderweg verdigte water in het
kolfje terug.
Met het beste gevolg heeft men het beginsel der gedeeltelijke
afkoeling op de destillatie van brandewijn in het groot aangewend.
De meest bekende toestel hierop steunende is de bekkenapparaat of
Kg. 198. dephlegmator, die zoo is ingerigt, dat
de uit den destilleerketel opstijgende
jx heete dampen eerst door meerdere kope-
^^^ t^^^gj ren bekkens gaan moeten, welke bek-
^ kens door eenen gedeeltelijken tusschen-
wand in tweeën zijn verdeeld en die uit-
wendig door koud water koel gehouden
worden. De op deze wijze in het koel-
vat kooiende spiritus teekent 70—80°,
terwijl men door eenen gewonen destil-
leertoestcl slechts eenen zwakken spiritus van 30° zou verkrijgen.
496. Door deze rectificatiën wordt de wijngeest niet alleen ster-
ker, maar ook zuiverder. Er vormt zieh uit het graan of de aardappe-
len bij de gisting eene zekere olieachtige , onaangenaam riekende
vloeistof, de zoogenaamde focselolie (zie pag. 418), en daarenboven
nog een weinig azijnzuur. Beide zijn minder vlugtig dan wijngeest,
zij worden derhalve in de koelbekkens grootendeels verdigt en
Vloeijen met het water terug. Hetgeen wij onder den naam phlegma
begrepen hebben, is dus een mengsel van water, een weinig wijn-
geest , focselolie en azijn. Om echter den wijngeest volkomen vau
focselolie te bevrijden , moet men hem eenen tijd lang met versch
gegloeide houtskool in aanraking laten en daarvan aflUtreren, of
nog beter destilleren. De focselolie blijft hierbij in de poriën der
kool terug. (105).
497. Even als bij ons uit graan en aardappelen, bereidt men
in Oost-Indië uit rijst eene geestrijke vloeistof, waaraan men door
bijvoeging van het zaad van den arecapalm eenen eigenaardigcn,
rumachtigen smaak en reuk verleent; dit is" arak.
498. Alle gegiste vloeistoffen bevatten wijngeest en zijn daaraan
hare opwekkende kracht verschuldigt. Het volgende tafeltje geeft