Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
422 Plaiitensioffen.
gebragt; het droogt tot eene bruine, amorphe massa in (bierextraet),
die hoofdzakelijk uit dextrine, suiker en hopbitter bestaat. Bepaalt
men de sterkte en hoeveelheid van den verkregen wijngeest en het ge-
wigt van het overblijvende extract, zoo heeft men de twee voornaam-
ste gegevens ter beoordecling van de hoedanigheid van eeue bier-
soort.
BRANDEWIJN.
492. De bereiding van brandewijn komt in zoo verre met die
van bier overeen, dat men er insgelijks zetmeelhoudende stoifen
voor gebruikt, en dit zetmeel eerst in suiker verandert. Dit ge-
sehiedt eveneens door de werking der diastase vau het gerstenmout.
Men roert dus aardappelen of roggesehroot, gekookt en fijngewre-
ven, met mout en heet water tot eene brij aan, en houdt deze zoo
lang op eene temperatuur van 70®, tot er eene volkomene suikervor-
ming heeft plaats gehad: dan faat men de vloeistof bekoelen en
voegt er biergist bij, waar door zij in gisting geraakt. Is deze
afgeloopen, zoo brengt men de massa in eenen koperen, met eenen
helm voorzienen ketel en destilleert den vlugtigen wijngeest van de
niet vlugtige deelen (zemelen, kleefstof, eellenstof enz.) af. AVat
in de retorte terug blijft heet spoeling en wordt als voedsel voor
huisdieren , die gemest moeten worden , hoog geschat. In vroeger
tijd gebruikte men voor deze destillatie eenvoudig eene gewone re-
torte en eenen ontvanger en kreeg eenen slappen wijngeest (ruwnat),
die ongeveer J water bevatte; tegenwoordig echter gebruikt men
algemeen (in Duitschland, bij ons minder) zamengestelde destilleer-
maohines, waardoormen eenen tweemaal sterkeren wijngeest ver-
krijgt (gerectificeerde wijngeest). De beginselen, waarop deze in-
rigtingen steunen, zullen wij door de volgende proeven trachten op
te helderen.
493. Rectificatie of versterking van den brandewijn.
Troef. Men giete in een ruim kolfje 6 lood gewonen brandewijn
en destillere behoedzaam dc helft daarvan in een glas over, dat
door zeer koud water, of beter nog door sneeuw afgekoeld wordt.
Had de brandewijn 30®, zoo zullen de eerstovergaande 3 lood ten
minste 50" teekenen. De wijngeest is vlugtiger dan water, en
destilleert dus, slechts met een weinig water, eerst over, terwijl