Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandering der suiker in wijngeest.
421
wckeu, ja maanden ophoudt. Daarbij ontwikkelt zich het koolzuur
iu kleine blaasjes, en de gist scheidt zich op den bodera van het vat
af (ondergisting). Dat bier bevat ter naauwemood nog een spoor
van kleefstof of gist en kan derhalve jaren lang bewaard worden ,
zonder zuur te worden; verder is het veel rijker aan koolzuur, dan
het door bovengisting bereide bier, daar het bij de lagere tempera-
tuur en de langzame ontwikkeling van dit gas, er veel meer van kau
terug houden ; zoo worden de sterkere biersoorten (beijersch, dub-
bel bier) daargesteld. De hier afgescheiden gist werkt tegenover
suiker ook wel gistingverwckkcnd, maar niet zoo sterk als de
eerste.
491. Het volgende overzigt zal het onderscheidende dezer beide
gistingswijzen nog duidelijker maken.
Bij de bovengisting
a. moet de temperatuur 12—20"
zijn;
b. loopt de gisting in 3—4 dagen
af;
c. scheidt de gist zich niet vol-
komen en aan de oppervlakte
der vloeistof af;
d. is de gist fijn verdeeld en
sponsachtig;
e. is zij sterk gistingverwekkend;
f. wordthet gewonnen bier spoe-
dig zuur;
g. bevat het minder koolzuur ;
h. Men verkrijgt hierbij slappe
biersoorten.
i. Door verlaging der tempera-
tuur kan de bovengistingin on-
dergisting veranderd worden.
Bij de ondergisting
a. is de temperatuur 5—10°;
'b. duurt de werking laug (C—8
weken) ;
c. scheidt zich de gist volkomen
en op den bodem van het vat
af;
d. is de gist digt en zwaar;
e. en heeft weinig gistingverwek-
kende kracht;
f. verkrijgt men een duurzaam
bier,
g. dat veel koolzuur bevat.
h. Men bereidt op deze wijze de
sterke biersoorten.
i. Door verhooging van tempe-
ratuur gaat de ondergisting
in bovengisting over.
Proef. Men destillere eene afgewogen of afgemeten hoeveelheid
bier (487). Er ontwijkt koolzuur en er gaat in het begin een slappe
wijngeest over, later slechts eene waterachtige vloeistof. Het nog
vloeibare overblijfsel wordt in een schaaltje op eene warme plaats