Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandering der suiker in wijngeest.
419
Pig. 193.
zachte warmte onder-
worpen, zoo gaat aller-
eerst de vlugtige wijn-
geest en een deel der
geurige stoiïen over. Men
verkrijgt op deze wijze
eenen geurig riekenden
spiritus, die in den han-
del den naam van cognac
of franschen brandewijn
draagt. Gewoonlijk gebruikt men hiervoor in de wijnlanden den
overblijvenden gist, daar deze zich opgezwollen en brijachtig in de
vaten afzet en dus eene groote hoeveelheid wijn mechanisch terug-
houdt.
BIEK.
488. Naast den wijn zijn bier en brandewijn de belangrijkste ge-
giste vloeistoffen , die wij als dranljgebniiken. Hunne bereiding on-
derscheidt zich wezenlijk van die van den wijn, doordien men er stof-
fen voor gebruikt, die geene suiker, maar zetmeel bevatten, als gerst,
tarwe, rogge, aardappelen enz. Het zetmeel kan niet, zoo als de
suiker, regtstreeks door gisting in wijngeest en koolzuur gescheiden
worden, het moet daartoe eerst in suiker veranderd worden. Dit ge-
schiedt hier altijd door de diastase van het gerstenmout, waarvan wij
reeds in 463 gewaagden.
Troef. 1 Lood fijngewreven mout wordt met een mengsel van 3
lood koud en 4 lood kokend water overgoten en eenige uren op eene
warme plaats gezet, zoodat het eene temperatuur van 65-70° 0. ver-
krijgt; de vloeistof wordt zoet, zij bevat dextrine en suiker en daar-
enboven de uit het mout afkomstige plantenkleefstof, die hierbij op-
losbaar is geworden. Deze vloeistof draagt den naam van wort. Men
zijgt ze door een lapje en kookt ze eenigen tijd, tot dat zij helder en
doorzigtig geworden is, laat ze tot 30° bekoelen en voegt er dan een
theelepeltje gist bij. Zij zal spoedig in gisting geraken en na eenige
dagen weder helder worden; de heldere, gegiste vloeistof is bier. Op
deze wijze bereidt men het niet bittere zoogenoemde witte bier. Voegt
men bij de vloeistof, terwijl zij kookt, een weinig hop (vrouwelijke
bloem der hopplant), zoo lost zich daaruit eene aromatisch bittere stof
op (lupuline), die het bier niet alleen krachtiger en aangenamer
27*