Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
418
Plaiitensioffen.
en bij het uitsehenken ontwijkende, het bekende schuimen dezer
wijnen voortbrengt.
ProeJ. Men verdampe op een glazen of poreeleinen schaaltje een
weinig Bordeauxwijn en op een ander een weinig aalbessenwijn.
Bij den eersten zal men bespeuren , dat zieh gedurende de verdam-
ping aan de wanden van het schaaltje een kristallijn poeder afzet,
dat met koud water gewassehen wit wordt en bij het onderzoek
blijkt uit wijnsteen te bestaan. Deze wijnsteen (dubbel wijnsteenzure
potaseh) komt reeds in het druivensap voor, maar zet zich bij de
gisting van het sap grootendcels daaruit af, daar hij in verdunden
alcohol nog minder dan in water oplosbaar is. Een gedeelte blijft
er eehter altijd in den wijn terug en draagt tot zijn rinschen smaak
mede bij. In het sap der aalbessen en dergelijke vruchten komt
eehter geen wijnsteen voor, men heeft dus in deze proef een ge-
makkelijk middel om beide wijnsoorten van elkander te onder-
scheiden.
486. De driiivcn, die de meer noordelijke gelegen landen, b.v.
Duitschland voortbrengen, bevatten naar evenredigheid meer eiwit-
stoifen dan suiker, en dit geeft, ons de verklaring van den smaak
der wijnen, die men daaruit bereidt. De smaak is niet zoet, daar
de voorhandene eiwitstoffen meer dan voldoende zijn , om alle sui-
ker te ontleden.
Anders is het gelegen met de druiven der zuidelijke landen,
Griekenland, Spanje, Portugal enz. Daar geeft de hoogere tem-
peratuur aanleiding tot de vorming van meer suiker en minder
eiwitstof. De laatste is niet voldoende om de ontleding van al de
suiker te bewerken, een gedeelte blijft er in voorhanden cn de wijn
smaakt dus zoet.
Bij de gisting van suikerhoudende plantensappen vormt zich be-
halve koolzuur en water, altijd nog eene geringe hoeveelheid rie-
kende stoffen, wier aard en zamenstelling nog niet voldoende be-
kend zijn. Daardoor heeft elke gegiste drank behalve den alcohol-
smaak en reuk, noch een eigen geur en smaak, waardoor zij van
elkander onderscheiden zijn. Bij den wijn maken die geurige stoffen,
datgene uit, wat men zijn bouquet noemt. Eene dezer stoffen uit
den wijn draagt den naam van oenanthaether en heeft in zuiveren
onvermengden staat een zeer onaangenamen reuk, die slechts bij
zeer groote verdunning met water en alcohol aan dien van wijn
herinnert.
487. Proef. Wordt wijn in eene retorte aan cenc destillatie bij