Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verandering der suiker in wijngeest. 417
tot het ontstaan der andere, even als een rottende appel in eene
mand met gave vruchten ook deze aansteekt en doet bederven.
Froef. Lost men, in plaats van honig, witte suiker in water op,
en behandelt men het vocht op dezelfde wijze, zoo zal men be-
vinden , dat de gisting hier eerst later eenen aanvang neemt; de
oorzaak hiervan is, dat de rietsuiker eerst tot druivensuiker moet
overgaan, voor zij gisting ondergaan kan. Deze overgang geschiedt
eenvoudig door de opname van 1 aeq. water, want voegt men bij
1 aeq. rietsuiker 3 acq. water HO, zoo krijgt men
1 aeq. druivensuiker C,, H,, O,,.
wijn.
485. Alle suikerbevattende plantensappen geraken in gisting,
zonder dat men er ferment bij te voegen heeft. Zij bevatten na-
melijk altijd suiker en een der eiwitachtige ligchamen, eiwit, ca-
seïne of plantenlijm.
Froef. Men brenge verseh uitgeperst beetwortelensap in eene
temperatuur van 20°—25": het zal spoedig gaan bruisen, gist af-
zetten en tot eene geestrijke vloeistof overgaan.
Op dezelfde wijze bereidt men uit aal- en kruisbessen den bessen-
wijn, uit appelen den appelwijn of cider, uit kersen door gisting en
destillatie het zoogenaamde kirsehwasser, uit suiker door gisting en
destillatie den rum enz.. Het meest bekende dezer gistingsproces-
sen is dat van het druivensap, en het daardoor voortgebragte, alge-
meen verspreide product, de wijn. Om witten wijn te verkrijgen
perst men d^druiven uit en laat het sap (most) in vaten in eenen
kelder aan zich zeiven over. Daar de temperatuur hier vrij laag is,
zoo heeft de gisting zoo langzaam plaats, dat zij eerst na eenige
maanden afgeloopen is. De van de gist afgetapte jonge wijn komt,
in nieuwe vaten, zij bevat nog eene kleine hoeveelheid suiker en
eiwitstof, welke langzamerhand nog, de eerste in koolzuur en wijn-
geest, de laatste in gist veranderen (nagisting). Bij het maken van
rooden wijn, laat men de stukgewreven blaauwe druiven met de
schiHen en steelen te zamen gisten, waarbij zich uit de schillen
eene roode kleurstof, uit de steelen en pitten looistof afscheidt,
welke laatste aan den wijn den aangeuamcn zamentrekken-
den smaak geeft. Mousserende wijnen (champagne) worden voor
de nagisting op goed gesloten flessehen afgetapt, waardoor het
zich nog vormende koolzuur in den wijn terug gehouden wordt,
27