Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
41C Plcmtmstoffen.
bevat in de plaats der suiker wijngeest, en deze is de oorzaak
der bedwelmende kraeht, die zij bezit. De gebruikte kleefstof
vindt men gedeeltelijk als een bruin bezinksel op den bodem der
flesch terug.
Even als rottende kleefstof werken andere eiwitstoffen, wanneer
zij in eenen toestand van ontleding verkeeren; oude kaas, bedorven
vleeseh, bloed enz. bezitten allen die gistingverwekkende kracht,
maar het allermeest vinden wij haar in de veranderde kleefstof der
gerst, zoo als men die in groote hoeveelheid als nevenproduct in
de bierbrouwerijen verkrijgt.
Proef. Men herhale de vorige proef, maar neme in plaats van
kleefstof ccn theelepeltje gist; het gistingsproces zal nu veel sneller
en regelmatiger verloopen.
484. De verandering der suiker, die wij hier hebben nagegaan,
laat zich volkomen duidelijk verklaren en begrijpen, wanneer wij
de formulcn vau suiker, wijngeest en koolzuur met elkander ver-
gelijken.
1 aeq. druivensuiker (honig) bestaat uit C,, H,, O,,
en daaruit vormt zich 2 aeq. wijngeest = 2 (C^ H, O,)
en 4 aeq. koolzuur = 4 (CO,).
De formulen van wijngeest en koolzuur tc zamengestcld, geven
de formule van suiker. De suiker vervalt dus bij de gisting in
wijngeest en koolzuur. Beide deze stoffen waren niet reeds in ge-
vormden toestand in de suiker aanwezig, maar zij zijn nieuwe pro-
ducten eener ontleding, die de suiker ondergaat; elk deeltje (atome)
suiker vervalt in tweeën, in koolzuiur en in water en wordt als het
ware doorgesneden.
Deze gisting der suiker is een der merkwaardigste voorbeelden,
waaruit men regt duidelijk zien kan, wat onder fermentatie moet
verstaan worden. In de gistende vloeistof verloopen twee scheikun-
dige proeessen: de ontleding der proteïncstof, die onder den in-
vloed van warmte, water en lucht in een aanvankelijken staat van
rotting geraakt en de ontleding der suiker, die in wijngeest cn kool-
zuur gesneden wordt. Dc ontleding van het stikstofhoudende fer-
ment gaat vooraf, die der stikstofvrij e suiker volgt, als ware zij
aangestoken. Hier is geene gewone scheikundige werking , waarbij
twee stoffen hunne bestanddeelen verwisselen, de suiker geeft niets
van hare elementen aan het ferment af, noch dit aan de suiker.
Beide ontledingen gaan op zich zelve voort en hebben met elkan-
der niets anders te doen, dan dat de eeue de aanleiding geweest is