Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
Water en tramte.
bol veel kouder is geworden. Bevoehtigt men den bol met aether,
Fig 17 "fliiStige, dat is zeer ligt verdampende vloei-
stof, en brengt men hem onder eene klok, die men
luchtledig pompt, zoo kan men, zelfs in den zomer, den
inhoud gemakkelijk in ijs veranderen. Water verdampt
langzaam, aether spoedig, vooral in eene luchtledige
ruimte; beiden hebben warmte noodig om in damp te
veranderen; deze ontnemen zij aan het water in den
bol en van hier de afkoeling van hetzelve. Men noemt
deze koude, koude door verdamping, en men kan die
door het gevoel waarnemen, wanneer men uit het
bad komt, wanneer men natte kleederen aan heeft,
of wanneer men den grond van eene warme kamer met water
besprenkelt. Door deze wordt de menseh in staat gesteld, den
gloed der zon van het heetste klimaat, ja zelfs eene warmte van
100° C. uit te houden, zonder dat het bloed warmer wordt dan
37° C.; hij zweet slechts sterker en al de warmte boven de 37° C.
wordt schuilend, daar zij het zweet doet verdampen. Blaast men
op eene heete soep, zoo is het eveneens de vermeerderde verdam-
ping , welke deze schielijker verkoelt; blaast men integendeel des
winters in de koude handen, zoo bedaauwt men deze en zij worden
verwarmd, dewijl de schuilende warmte, die zich iu den water-
damp van den adem bevindt, vrij moet worden, zoodra de damp
tot vloeibaar water wordt verdigt.
41. Indien de verdigting van den waterdamp in eene beslotene
i-uimte geschiedt, zoo kan men het gevormde water opzamelen.
Proef, Eene kleine glazen retort (eene glazen kolf met omge-
bogen hals) wordt half
met water gevuld en ver-
warmd , de zieh vor-
mende dampen gaan door
den hals der retort in
eene glazen kolf, die in
eenen met koud water
gevulden bak of schotel
ligt, en worden daarin
verdigt. De kolf wordt
tot betere afkoeling met grof vloeipapier bedekt, dat men dikwerf
met koud water bevochtigd. Men noemt deze bewerking destil-
latie, van rie-siillare afdruppelen , en het verkregen zuivere water