Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Overzigt van de eiwitachtige ligchamen, 415
tatieverschijnsclen; de proteïnestof, die zieh in een staat van
ontleding bevindt, heet dan het ferment, en de stof, die onder
dien invloed .van het ferment ontleed wordt, het fermenterende
ligehaam.
7. Verrotting van dierlijke of plantaardige stoifen kan worden
verhinderd of vertraagd.
a. door de proteïneligehamen, die daarin bevat zijn, in een
toestand te brengen in welken zij minder gemakkelijk ontleed
worden, of
b. door eene of meer der voorwaarden: lucht, water, warmte,
die voor het ontstaan der verrotting onmisbaar zijn, niet
te vervullen.
VI. VEKANDERING DER SUIKER IN WIJNGEEST,
(wijngisting.)
483. 1 Lood honig wordt in 8 lood water opgelost cn in deze
oplossing een weinig van de kleefstof of caseïne uit de proef in
480, dat in ceneu staat van omzetting verkeert, gebragt; de vloei-
stof zal op eene matig warme plaats (18—24° C.) weldra in gisting
geraken en eene rijkelijke hoeveelheid gas ontwikkelen. Doet men
de proef in een fleschje, dat met eene
gebogene glazen buis voorzien is, en
verbindt men deze met eene pneuma-
tische trog, zoo laat zich het gas ge-
makkelijk opvangen, en men zal dan
bevinden, dat het koolzuur is.
Smaakt de vloeistof nog zoet, wan-
neer de gasontwikkeling ophoudt, zoo
voegt men er eene nieuwe hoeveelheid
caseïne bij , waardoor de gisting op nieuw wordt opgewekt. Ein-
delijk zal de suikersmaak geheel verdwenen zijn, en de vloeistof
zal in plaats van dien, eenen brandewijnachtigen (geestrijken)
smaak hebben aangenomen. Men noemt deze vloeistof mee; zij