Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
408 Plaiitensioffen.
11. In zamenstelling komen zij zeer na met elkander overeen;
zij bestaan namelijk uit slechts drie elementen, koolstof, water-
stof en zuurstof (zij zijn stikstofvrij), en bevatten altijd waterstof
cn zuurstof in dezelfde verhouding, als deze elementen in het water
voorkomen, namelijk van beide een gelijk aantal aequivalenten.
Men kan ze dus beschouwen als bestaande uit koolstof en water,
en van daar dat men ze ook wel allen te zamen met den naam
van koolhydraten bestempelt.
12. Op meer dan eene wijze kan men door de kunst dez£ stoffen
in elkander veranderen, maar altijd in deze rigting: cellenstof,
zetmeel, dextrine, vruehtsuiker. In de planten hebben ook over-
gangen in de omgekeerde rigting plaats.
13. De nadere bestanddeelen van het plantenrijk, die wij tot
hiertoe behandeld hebben, maken een hoofdbestanddeel van al onze
plantaardige voedsels uit en spelen dus eene zeer gewigtige rol in
het dierlijk levensproces.
Y. EIWITACHTIGE LIGCHAMEN.
Planteneiwit, -caseïne en -kleefstof.
478. Bij de cellenstof en bij de bereiding van het zetmeel heb-
ben wij reeds vermeld, wat men zich onder planteneiwit, -caseïne
en -lijm te denken heeft, en daarbij opgemerkt, dat het sap van
elke plant eene of meer van deze stikstofhoudende ligchamen in
meerdere of mindere hoeveelheid bevat.
Het planteneiwit is in water oplosbaar, maar wordt door koking
onoplosbaar gemaakt (het stremt). Het is vooral rijkelijk voorhan-
den in de moeskruiden en in de olie bevattende zaden, b. v. in de
amandelen, het raap- lijn- en papaverzaad.
De plantencaseïne is ook in water oplosbaar, maar wordt door
koking niet gestremd, door hare oplossing met een zuur te vermen-
gen wordt zij echter nedergeslagen. Zeer rijk aan deze stof zijn de
peulvruchten, erwten, boonen, linzen enz.
De plantenlijm (plantenlibrine) is onoplosbaar in water en maakt
een hoofdbestanddeel der graankorrels uit.