Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Kohen en verdampen van het water. 33
beter, ijs bij , tot dat het glas van buiten begint te beslaan. Als
Fig. 16. dit gebeurt, ziet men na, hoe veel het kwikzilver
in den thermometer gedaald is; deze graad is als het
daauwpunt der lucht te beschouwen. De hoeveelheid
waterdamp, die noodig is om eene lucht te verzadigen,
welke de temperatuur van het daauwpunt had, drukt
derhalve de hoeveelheid waterdamp uit, die de lucht be-
vat, in welke men de proef neemt. Indien er veel koud
water bijgevoegd moet worden, eer het glas beslaat,
indien dus het daauwpunt veel lager dan de temperatuur der
lucht ligt, zoo kan men op goed weder rekenen; liggen daarente-
gen het daauwpunt en de temperatuur der lucht niet ver van
elkander, zoo kan men spoedig regen verwachten, daar de lucht
in dit geval slechts nog weinig waterdamp behoeft op te nemen
of maar weinig koeler te worden, om geheel met vochtigheid
verzadigd te zijn. Instrumenten, waardoor men dc hoeveelheid
waterdamp in de lucht bepaalt, noemt men hygrometers (vochtig-
heidsmeters). Vele ligehamen hebben eene bijzondere neiging, om
waterdampen uit de lucht aan te trekken en daardoor vochtig
te worden; zoodanige ligehamen , b. v. darmsnaren, potasch enz.
noemt men hygroskopiseh.
39. De verdamping kan, behalve door warmte, ook dooreenen
luditstroom bespoedigd worden, dewijl hierdoor de boven de vloei-
stof zich bevindende vochtige en met damp meer of min verza-
digde lucht weggedreven en door droogere vervangen wordt, die
den zich vormenden damp veel sneller en in grootere hoeveelheid
kan opnemen dan gene. Van daar droogt de aarde zoo spoedig na
eenen regen, wanneer er wind opkomt; van daar is het noodig ,
in de eesten , droogplaatsen enz., te zorgen, dat de lucht, met
vochtigheid verzadigd, er kan uittreden en drooge in hare plaats
kan komen.
40. Dat ook bij eene langzame verdamping warmte verbruikt
wordt, even als bij snelle verdamping (36) laat zich zeer duidelijk
door de volgende proef aantoonen:
Proef. Men vult den bol van een klein kolfje half met water
en omwikkelt hem met een stuk watten, dat men vastbindt; wan-
neer men dan de wol met water bevochtigt, en het kolfje snel
heen en weêr beweegt, zoodat het water door den luchtstroom snel
verdampt, dan zal men na eenigen tijd reeds op het bloote gevoel
cn nog beter door den thermometer vinden, dat het water in den
3