Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Veranderingen der suiker. 405
aan, dat al het water weg is en dat de suiker juist aanvangt bran-
dig te worden.
Bewaart men deze doorschijnende suiker eenige weken lang, zoo
wordt zij ondoorschijnend en kristallijn. Deze verandering is ook
vau wetenschappelijk belang, dewijl zij bewijst, dat ook werkelijk
de kleinste deeltjes, de atomen der vaste ligchamen, onder zekere
omstandigheden hunne plaats tegen over elkander kunnen veran-
deren, hetgeen in den regel slechts bij vloeibare en luehtvormige
ligehamen plaats heeft. (280.)
Proef. Men herhale de vorige proef, maar zette de verhitting
nog verder voort, wanneer de suiker van kleur begint te veran-
dereu, zij zal dan steeds donkerder en eindelijk bruinzwart worden
en daarbij een eigenaardigen, brandigen reuk verspreiden. Laat men
ze nu bekoelen, zoo verkrijgt men eene vaste, bijna zwarte massa,
die bitter van smaak is, vochtigheid uit dc lucht aantrekt en wel-
dra tot eene donker gekleurde stroop vervloeit (gebrande suiker of
caramel). Een paar droppels daarvan geven aan een groot glas water
het aanzien van rum; wegens deze sterk kleurende eigenschap wordt
de gebrande suiker veel gebruikt om likeuren, azijn, wijngeest enz.
geel of bruin te kleuren.
Proef, Nog sterker verhit, verkoolt dc suiker cn verbrandt ein-
delijk , even als hout, zoo als men ligt beproeven kan, door een
Fig. 189. stukje suiker op een stukje platinablik in
eene spiritusvlam te houden. De vlam ,
waarmede zij verbrandt, geeft tevens te
kennen, dat er zich brandbare gassen ont-
wikkelen. Zuivere suiker mag geen over-
blijfsel overlaten; bevat zij; zoo als som-
wijlen het geval is, kalk, dan blijft
cr eene witte massa over, die door de
sterkste hitte niet vcrvlugtigd kan worden.
477. b. Verandering door zuren. Proef. Vermengt men eene
sterke, kokende suikeroplossing met eenige droppels citroensap of
wijnsteenzuur, zoo wordt zij zeer spoedig dun, en geeft na ver-
damping geene kristallen meer. Dit is de reden, waarom het sap
der zoete vruchten, die altijd ook organische zuren bevatten, bij
verdamping geene gekristalliseerde suiker, maar sleehts eene dikke
stroop geven. Onderzoekt men nu deze alzoo veranderde suikerop-
lossing met kopervitriool en bijtende potasch (472), zoo zal men
bevinden, dat zij nu suiker bevat.
J