Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
402
Plaiitensioffen.
het suikerriet, of in Europa uit het sap der beetwortelen daar-
stelt; men noemt ze dus rietsuiker of beetwortelensuiker.
De bewerkingen, die men in het werk te stellen heeft, om deze
suiker in het groot te bereiden, zijn de volgende:
1. Het uitpersen van het sap uit het suikerriet of uit de vooraf
tot eene brij gestampte beetwortelen, door middel van sterke per-
sen of luehtdrukking.
Het sap dezer planten bevat nevens suiker ook nog eiwit, het-
geen zeer spoedig , vooral in de warme landen, onder den invloed
der lueht aanleiding geeft tot gisting en zuurworden van het lut-
geperste sap, waardoor een deel der rietsuiker in onkristalliseer-
bare vruehtsuiker veranderd wordt. Om dit zoo veel mogelijk te
voorkomen, wordt het sap onmiddellijk met kalk (of nog beter met
zwaveligzuren kalk) gemengd, waardoor het eiwit, benevens andere
vreemde stoffen onoplosbaar worden en de gisting en het zuur
worden vertraagd worden.
2. Het afdampen van het sap, waarbij de door toevoeging van
kalk onoplosbaar geworden stoffen zieh als een sehuim aan de op-
pervlakte verzamelen, dat wordt weggenomen. Zoodra het vocht tot
de stroopdikte is uitgedampt, laat men het bekoelen, en de on-
zuivere suiker zet zich dan in bruingele, kristallijne korrels af
(ruwe, gewone bruine suiker of moscovade). Dc niet kristalliserende
slijmsuiker, die men er laat afloopen, is de bekende bruine stroop
(melasse).
3. Het raffineren van de ruwe suiker, bestaat in het wegnemen
der kleur, die door eene gedeeltelijke aanbranding der suiker bij de
verdamping ontstaan is, en het verwijderen van de nog daaraan
hangende stroopdeelen. Dit geschiedt a) door dezelve weder in
weinig water op te lossen en de vloeistof met bloed of eiwit te
koken, waardoor zij geklaard wordt; b) door de bruine oplossing
door grof gestooten beenderenkool te filtreren, waardoor de kleur-
stof teruggehouden wordt; e) door de ontkleurde oplossing in lucht-
ledig gemaakte ketels (vacuumpannen) af te dampen. Laat men
de geconcentreerde suikerstroop dan onder gedurig omroeren in
broodsuikervormen bekoelen, dan bekomt men, ten gevolge der
gestoorde kristallisatie eene \iit louter kleine, gebroken kristal-
letjes bestaande vaste massa, de gewone broodsuiker, uit welke
men de laatste sporen van slijmsuiker verwijdert, door er eene ge-
concentreerde oplossing van kristalliseerbare suiker door te laten
zijpelen (dekken). De volkomen gereinigde, helder witte suiker