Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
398 Plantemtoffe».
pelen, appelen, mispels enz. na liet ontdooijen eenen zoeten smaak
bezitten.
L'it dit alles blijkt, dat de cellulose, de zetmeel-en gomsoorten
en de suiker stoffen zijn, die zeer naauw met elkander verwant
zijn, daar zij eene gelijke zamenstelling bebben en gemakkelijk en
op verschillende wijzen in elkander worden overgevoerd. Deze ver-
andering geschiedt zoo wel door de kunst als in de natum-; zoowel
in het laboratorium van den scheikundige als in de plant. Maar
opmerkelijk is het, dat, terwijl in de natuur elke dezer stoffen uit
al dc anderen kunnen worden gevormd, de kunst slechts in eene
bepaalde rigting deze verandering kan bewerken. Wij kunnen lüt
cellulose zetmeel, uit zetmeel gom en uit deze suiker maken; maar
het is ons niet mogelijk een enkelen stap rugwaarts te doen, ter-
wijl in de levende plant de suiker en de dextrine juist de moeder-
stoffen zijn, waaruit de cellulose der jonge cellen wordt gevormd.
III. GOM EN PLANTENSLIJII.
465. Bij de dextrine hebben wij reeds gezien, welke klasse van
plantaardige stoffen men gommen noemt, en wij hebben daarbij op-
gemerkt , dat zij tusschen het zetmeel en de suiker in staan. De
dextrine is eene der meest verbreide stoffen in het plantenrijk,
want men vindt er grootere of kleinere hoeveelheden van in het sap
van elke plant.
In vele planten echter treft men nog bijzondere gomsoorten aan,
cn somtijds in zoo groote hoeveelheid, dat zij als een kleverige
vloeistof door den bast heendringen en daaraan tot eene glasachtige
massa verharden, zoo als wij dit aan onze pruimen- en kersenboo-
men zien. Do naam hars, waarmede men deze verdroogde plan-
tenstoffcn dikwijls bestempelt, is daarom niet juist, omdat wij ons
onder harsen die plantensappen moeten voorstellen, die zich in
water niet oplossen , noch daarin verwecken, maar wel in wijngeest.
Met de gomsoorten nu is het juist het tegendeel; deze zijn onop-
losbaar in wijngeest, maar lossen zich in water op of verwecken
daarin.
Al deze bijzondere gomsoorten zijn in zamenstelling en voor-
naamste scheikundige eigenschappen aan de dextrine gelijk.